|
|
|||
|
|
|
||
|
Hier vind je alle foto's terug Woensdag, 8 februari 2012. Goeie grutjes, dit is onze allerlaatste dag in Bach. Deze keer heb ik moeten wachten op het alarmsignaal van de wekker. We zijn niet zo laat gaan slapen gisterenavond, maar toch… Opstaan is vandaag geen sinecure. We vervallen in ons vertrouwde ritme: opstaan, wassen, kindjes wekken en aan tafel gaan. Toch besef je maar al te goed dat je voor het laatst aan de ontbijttafel zit met zo’n kroostrijk gezin. Ons lied is hier bijna uitgezongen. Het is zonnig buiten. Het wordt een prachtige dag. De hemel is blauw gekleurd. Een mistwolk stijgt op voor het raam. Uit die wolk daagt een figuur op, het is Werner. Hij doet een laatste inspectieronde van zijn autocar. Samen met zijn echtgenote borstelt hij de ramen van zijn bus. Het heeft lichtjes gesneeuwd vorige nacht. In huis speuren de huveneerkes naar eigen materiaal dat rondzwerft in de refter. Wij moeten onze koffer al gaan pakken, tenminste inpakken wat al mogelijk is. De kledij om af te reizen en het skipak horen daar niet bij. Het is een ware ontdekkingstocht voor enkelen. Handschoenen, pantoffels, brillen,… worden teruggevonden, nooit gedacht dat die spullen in de refter konden liggen. Op de kamers is het niet anders. Ook daar vindt men nog spullen die al een tijd vermist waren. Enkel de spelletjes, die zijn nooit zoek geraakt. De inpakwoede maakt zich ook meester van ons team. Materiaal van algemeen nut verdwijnt in koffers, kartonnen dozen. Dan kunnen we onze ronde doen om zuchtende kindjes te helpen en als er dan nog tijd overblijft, kan je je eigen spullen inpakken. Slaapzakken opvouwen is niet vanzelfsprekend. Huveneerkes bekijken het zakje waarin die slaapzak zat. Zij geloven nooit dat die twee dingen ooit bij elkaar hoorden. Dan is er maar één oplossing, terug ontvouwen en beter oprollen. Je kan ook een grote zak nemen en alles erin gooien, desnoods met nog wat schoenen bij, vuile was of toiletgerief. De rest is voor de chauffeur vanavond. Tenslotte is er maar één doel, alles mee krijgen naar huis. Rond tien uur een verlossend bericht. “Jullie mogen je euro’s nemen, we gaan shoppen.” Nog nooit stonden de sloebers zo snel klaar, buiten in de kou. Er wordt druk heen en waar gepraat over wat ze gaan kopen en voor wie. De groep blijft nu wel samen als we door ons bosje wandelen richting centrum. Op een drafje gaat het dan naar de ‘Spar’, langs de hoofdweg. Het is rustiger dan ooit op straat. De toeristen zijn hier (nog?) niet. In vergelijking met vorige jaren hoor je hier heel weinig Nederlands praten. Slechts één tegenligger op het smalle voetpad, een man die zijn slee uitlaat. De Spar wordt ingenomen, huveneerkes dwalen rond, geven hun ogen de kost, zoeken naar iets wat ze hopen te vinden. De snoep- en drankafdeling wordt overrompeld. Een kassierster voelt zich omsingeld. Onze jongeren tellen en tellen, het zijn vooruitziende kinderen: hoeveel moet ik en hoeveel heb ik bij? Een lange rij staat aan de kassa. Juf Nicole telt mee, controleert mee, neemt een zakje en bergt alle veroveringen op. De meisjes vóór mij werpen een verwonderde blik in mijn winkelmandje en glimlachen even. De bollen van Mozart gaan er zelfs bij huiveren. “Om onze collega’s op school te paaien,” zeg ik stilletjes,”zij hebben niet het voorrecht sneeuwklassen mee te maken met hun leerlingen.” Ze begrijpen wat ik bedoel. Buiten in een prachtig weertje vergelijken de kinderen de aanwinsten en vertrouwen elkaar toe wat ze kochten en voor wie. Ze zijn gerust, ze hebben hun lijstje afgewerkt. Zwaar beladen keren we terug en laten alles opbergen. We moeten enkel nog uitmaken waar we alles zullen steken, in de reiskoffer of de handbagage. Eén ding is zeker, de snoep hoort thuis in de handbagage. Het is al over elf. Schrijfgerief steekt ergens tussen de bagage, de oefenboekjes ook. Het is nog te vroeg om aan tafel te gaan. Het jaarlijkse tochtje naar een kloof iets verderop gaat niet door. Het sneeuwpak is te dik. Het is niet de bedoeling om tot aan je middel weg te zakken en helemaal nat te worden. Meester Robert laat de keuze: een wandeling of ravotten in de tuin met sleetjes en plastieken zakken. Dit is niet eens een stemming, het is unaniem: ravotten. Rond tien voor twaalf roepen we allen op het matje en vegen er ons voeten aan. We proberen het in huis niet te nat te maken. Het is een glibberige vloer als die er nat bij ligt. En daar is chef Marcel weer. Hij delegeert en bedient: een lichte soep met wat paprika en vermicelli, aardappelen met kalkoen in suprèmesaus. Zij die het wensen krijgen dit geserveerd met abrikozen uit siroop gelicht. Wij vermoeden dat het dessert bij de hoofdschotel gemengd wordt. Leen verdeelt het fruit over voldoende kommetjes en wij delen uit. Onze jeugd is weer enthousiast. De overschot van onze meegebrachte koeken wordt het dessert. Ieder heeft wat wils. Het wringt blijkbaar een beetje in de keuken. Ik vertelde jullie al dat Marcel, Andrea, Francine en Monique zulke fantastische, lieve mensen zijn. Maar het is stil waar het nooit waait. Monique heeft de voedselbedelers van JEKA de toestemming gegeven om overschotten van de voorbije periode terug mee te nemen naar Stanzach. Dat was tegen de zin van Marcel. “Mou vent toch, dat doet je toch ni!” De volgende gasten hadden het kunnen gebruiken. Kijk, ik wil niet roddelen, maar het is toch grappig als er vier kapiteins op één schip zitten. Feit is dat deze mensen ook moe zijn, geloof me. Vanavond moeten ook zij klaar staan met hun valies. Zij worden opgehaald om half negen blijkbaar. Rond één uur staan onze dapperen klaar voor de skiwedstrijd. Nog wat crème op het aangezicht en we zijn te gast bij Werner. Achter het raam in de autocar is het lekker warm. Nog sneller dan gewoonlijk staan onze skikampioenen op een rijtje aan de skihut. Monitor Ignaz komt eraan met een stapel shirts. Daarop staan de rug- en buiknummers van onze dapperen. We halen de lijsten van de leerlingen per groep erbij. Die hebben we gisterenavond ingevuld, samen met de diploma’s. We helpen de shirts over de skikledij te trekken. En dan is er Tirolerlogica. Vandaag volgt het nummer 38 achter nummer 25. De verklaring is eenvoudig. Nummer 26 ontbreekt. We zijn met 37 deelnemers. Nummer 38 wordt dus 26. Eenvoudig, is het niet? De groepen van Michaël en Wolfgang zien hun monitoren bij andere, nieuwe kinderen. Dat is niet zo leuk. Zij zullen de wedstrijd dus niet volgen. Met de bananenlift worden de huveneerkes naar boven gesleept. Daar staan ze dan, hun beurt af te wachten. Ignaz is in het skihutje gekropen voor de tijdsopnames. Onder begeleiding van Tirolermuziek skiën onze meisjes en jongens de slalom. Wij zijn de enige groep en denken dit zaakje snel af te handelen. Nu blijkt dat zij drie keer mogen afdalen. Onze filmploeg is ter plaatse. En onze kampioenen doen het goed. Zij hebben duidelijk de basis onder de knie. Meer en meer speelt de zon verstoppertje achter de naaldbomen naast de piste. Je gevoelstemperatuur verandert onmiddellijk. Het wordt weer koud. We hopen dat de overhandiging van diploma’s en medailles niet te lang op zich laat wachten. Ondertussen mogen onze talenten verder skiën, deze keren zonder nummers. Wij moeten het skimateriaal nog inleveren in Stanzach (20 min. rijden met de bus), ons omkleden, eten, verder inpakken, de bus inladen en om zeven uur naar huis vertrekken. En Ignaz heeft geen haast. We worden zenuwachtig en vragen hem wanneer hij klaar is. Hij probeert een tandje bij te steken, geholpen door de zoon van de eigenaar van de piste, Armin). Even later gaat hij als eerste van start. Namen worden afgeroepen en komt elke deelnemer te weten of het goud, zilver of brons werd. Tevredenheid is af te lezen van hun koude gezichten. Ge- lukkig zijn de andere twee monitoren nu ook klaar met hun lessen en zij verkondigen de resultaten van hun skiërs. Het is kwart over vier. Wij danken de monitoren en vragen hen mee te poseren voor de groepsfoto. Gewillig kruipen zij tussen onze kinderen. Nog even slaken ze een kreet en wij druipen af. Latten, stokken, schoenen moeten in de bagageruimte een plaats krijgen. De helm nemen ze mee in de bus. Werner geeft zijn autocar de nodige paarden en we dalen af naar Stanzach. Super snel raken we alles kwijt en haasten ons terug naar Trudo. We passeren weer de skipiste van Elbigenalp. Het is een gek gedoe dat ons in totaal toch 1 uur kost. Nu moeten alle reiskoffers dicht kunnen, nog even checken of alles mee is. Om half zes nuttigen we het laatste avondmaal. Chocomelk is geschrapt van het menu. We willen geen ongelukjes op de bus vannacht. Touristil wordt ingenomen. We delen de pakketjes van JEKA uit. Die kunnen nog in de handbagage. De winnaressen van de tekenwedstrijd worden bekend gemaakt. Zij winnen elk een cd. Een tafel wordt vrij gemaakt. Daarop verschijnen de laatste voorwerpen. We stellen een onderzoek in naar de eigenaars. We raken uitverkocht. Enkel nog wat potloden hebben geen meester. Even later sturen we de kindjes wandelen. Alle koffers moeten naar beneden gebracht worden. Het gebonk op de trap laat ons weten dat ze in aantocht zijn. Koffers worden gescheiden en naar buiten gebracht. We laden in. Zweetdruppels parelen al van Werners aangezicht. Hij puzzelt. Elk gaatje wordt opgevuld en daarmee bedoel ik ‘elk gaatje’. “Het toilet is toch bevroren”, beweert Werner,”we gaan ook daar koffers steken. De slaapzakken moeten ze maar meenemen op de bus. Ik weet ook niet dat mijn verwarming het volle pond kan geven.” En zakjes blijven komen, de vuile was waarschijnlijk. Het valt op dat wij, begeleiders, belachelijk kleine koffers hebben in vergelijking met die van de kinderen. Er zijn er bij die hun hele kleerkast bij hebben, dat kan niet anders. Jaar na jaar zien wij de koffers groeien. De laadruimte van de bussen kunnen dat gewoon niet meer aan. De luiken kunnen dicht, de kinderen stappen in. Nog vlug danken wij de kookouders. In de bus is het weer puzzelen. Slaapzakken moeten weg geraken. Andere zakken, inhoud onbekend, liggen al in de middengang en dat mag dan weer niet. Het komt nog zo ver dat de bagage op sneeuwklassen gaat en we met de kinderen een oplossing moeten zoeken om weg te geraken. En nu maar hopen dat niemand onderweg een plasje moet maken! Juf Nicole en Leen zitten ergens vooraan. Meester Robert en ik nemen bijna achteraan plaats. We willen er telkens zeker van zijn dat we alle kinderen mee hebben aan de stopplaatsen! Ook de nachtrust moet bewaakt worden. En daar gaan we. De kookouders, kapiteins op hun brug, wuiven ons uit. Wij wuiven terug. In Elbigenalp werpen we voor de allerlaatste keer een blik op de skipiste. Het is zeven uur. In Stanzach zet Werner de autocar aan de kant. Hier is het wachten op Ben en zijn echtgenote. Ben is een JEKA-verantwoordelijke, die we dagelijks op bezoek kregen, samen met Bram en een verpleegster. En daar is Ben met zijn koffers. We wachten bang af. In geen tijd steekt alles erin. Een bus komt aan en staat nu neus aan neus met de onze. Het is ook een autocar van ‘De Polder’. De chauffeur is een collega van Werner. Na een korte woordenwisseling vertrekken wij uit het dal. Het is half acht. Onze autocar is hel verlicht. Dat is het gebundeld licht van al die nintendo’s en psp’s. Nu kan het nog, maar straks is het uit met de speeltijd. Op de autostrade mag ‘ice age’ de sleur breken. Eerst gaat de echtgenote van Werner rond met een zak snoep. Dat hoort bij het bekijken van een film. Toch weer lief, hé? Rond 9 uur staan we al in Illertal. De Huveneerkes maken een plasje indien nodig. Slechts één kwartiertje hebben we nodig. We rijden door, de koude nacht in. Om half elf laten we de spelletjes opbergen. Het licht gaat uit. Het is slaaptijd. Om middernacht staan we al in Hockenheim. Werner geeft het stuur over aan zijn collega ‘Patrick’. Hij heeft in Hockenheim overnacht en is uitgerust. Hij is de enige in deze autocar. Onze huveneerkes blijven slapen. Niet eentje stapt af. Zo zijn we snel weer op pad. Ik vraag Werner de verwarming achteraan iets lager te draaien. Het is daar een sauna. Hij lacht. Hij dacht dat hij zijn bus niet warm zou krijgen. Om drie uur bereiken we ‘Aachener Land’. Een kort toiletbezoek is nu wel gekomen. De tijd vliegt nu. We moeten de autosnelweg verlaten in Genk. Daar laten we Ben en echtgenote vrij. En we wuiven weer. Via de E 313 gaat het snel, Patrick heeft er zin in. Ik houd de klok in de gaten. Vóór vijf uur bel ik meester Maurits. Volgens mij was hij al wakker, want zo snel opnemen zou mij niet lukken op dit uur. In ieder geval, hij is blij ons te horen en zal de telefoonlijn openen. Wij schatten 6 uur, het uur van aankomst in Hongene. Ook de chauffeurs en hun GPS denken er zo over. Patrick blijft vlotjes doorrijden, er is nagenoeg geen verkeer. Het gaat zo vlot dat Werner ons vraagt voor een eventuele tussenstop. Dat vinden wij geen goed idee. Iedereen op deze bus wil naar huis, geloof me. De autocar komt tot stilstand op de parking van de Spar in Hingene. Oef, we zijn veilig en wel thuis en… zonder buszieken! We kunnen uitladen, kinderen stappen uit. Auto’s rijden aan. De gezichten van jullie, ouders, spreken boekdelen en ik moet toegeven… jullie zien er veel beter uit dan wij. Zo’n nachtreis is geen pretje. Eindelijk kunnen jullie jullie schatten omhelzen en knuffelen. Wat wij ’onze kindjes noemden’, zijn terug ‘ jullie kindjes’. Dank je wel dat wij ze mochten lenen voor deze geslaagde sneeuwklassen. Uiteraard bedanken wij (ons begeleidingsteam): * onze directie en beleidsondersteuner: meester Dirk en meester Maurits. * ons secretariaat: Nancy. * de ouderraden. * onze collega’s. * JEKA. * Chauffeurs Werner en Patrick. * de kookouders: Marcel, Andrea, Francine, Monique. * ICT-coördinator: meester Bart. * monitoren. * jullie, beste ouders. * 38 sneeuwklassers. En nu hoop ik dat we niemand vergeten zijn! Hier sluiten we af. Jullie horen nu hopelijk nog de verhalen van jullie kinderen, hun eigen verhaal. Wij hebben nog bewegende beelden, maar… daar moeten we nog wat werk van maken. Ik plaats er geen datum op, maar de montage zal er komen. Geef ons a.u.b. nog wat tijd. En nu… wil ik vooral… slapen… dromen… me nog even in het Lechtal wanen met die fijne Huveneersfamilie.
Dinsdag, 7 februari 2012. Het is nog even wachten op het alarmsignaal van de wekker. In het kleine kamertje hiernaast spoelt toiletwater door. De muren zijn hier niet dik. Ik besef dat dit de voorlaatste dag is. Ik haast me naar de badkamer. Een huveneerke is me voor. Hij kijkt met verbaasde blik. “Wat doet die nu? Gaat die zich wassen op zeven uur ’s morgens?” Ik zei nog ‘goedemorgen’, maar dat ontgaat hem waarschijnlijk. We dalen af, richting refter. Keukengeluiden komen me tegemoet. In de kamers waar ik voorbij moet, is het erg stil. Buiten sneeuwt het lichtjes. Ons vierkoppig team is voltallig, op de kinderen is het nog een half uur wachten. We schieten in actie, nu ja, schieten? Dat deed Cupido twee dagen geleden ook al. Die heeft hier al wat pijlen geschoten en verschoten. Daaruit leert een mens. We doen het beter iets rustiger aan. We openen de dozen cornflakes en bedienen onze kindjes. Terwijl wij de innerlijke mens sterken, arriveren Sus en Klus. Samen met chauffeur Werner starten ze de autocar. En dat ding doet het goddank weer. Je moet weten dat wij met Werner naar huis moeten, morgen. Werner vertelt ons dat hij een deftige rit wil maken, maar om half tien zal terug zijn om ons naar de piste in Elbigenalp te brengen. Hij krijgt onze zegen. Bach is weer overschaduwd met een erg dik wolkendek, zo grijs als een duif. We noteren -15°. Het wordt dus warmer! En als je dacht dat die 4 km lange weg naar Elbigenalp een sleur wordt, dan heb je het mis. Onze kindjes keuvelen en maken voorspellingen voor de komende laatste skiles. De autocar draait de parking op en de schoenen worden uit de bagageruimte gehaald. We slenteren naar de skihut. Schoenen worden achtergelaten en wij reiken de latten aan. Het gaat elke dag vlotter. Onze sneeuweneerkes verhogen zelf het tempo en staan tijdig oog in oog met hun monitor. Enkele bedenkelijke gezichten verschijnen, wanneer de monitoren van de beginnende groepen vertellen dat ze vandaag de Sonnenlift (ankerlift) willen uitproberen. Dan is het spoedoverleg bij onze kornuiten onderling, even polsen of alle neuzen in dezelfde richting wijzen. Doen we het of doen we het niet? Hier zal toch geen staking volgen, zeker? Iemand schuift het wolkengordijn boven ons lichtjes open. Het is droog en de zon laat zich van haar beste kant zien. Het is gewoon zalig op de piste. Elke skifanaat zal nu jaloers zijn op ons zijn. Het blijft uitzonderlijk kalm op de piste. Onze jongeren zijn vrijwel de ganse tijd in beweging, fanatiek aan het oefenen voor de wedstrijd morgen. En dan volgt het onvermijdelijke, die ankerlift. De monitoren glijden voorop, de schaapjes volgen gedwee of laten zich vallen. Er gaat er wel eens eentje meer tegen de sneeuwvlakte, maar dan staan ze weer op en alles loopt gesmeerd. Een vijftal skiërs bedanken voor die ankerlift en mogen van monitor Wolfgang blijven oefenen aan de bananenlift. Het blijft ook voor hen leuk op deze manier. Rond half twaalf duikelt de groep der gevorderden de skihut binnen. Hebben zij kou of hun monitor? Tien minuten later staan ze alweer buiten op de latten. Dit stukje is zeker van belang. We ontmoeten zoals elke dag de verantwoordelijke van JEKA, Ben. Ben en echtgenote zullen morgen met ons afreizen, naar het koude België. We zullen rond zeven uur vertrekken waarschijnlijk, zodat chauffeur Werner kan doorrijden tot in Hockenheim. Daar hoopt hij om 1 uur te zijn. Dit heeft alles te maken met rij- en rusttijden. Dat betekent, beste ouders, dat het perfect zou kunnen dat jullie je oogappels in de armen kunt sluiten rond 6 uur ’s morgens. Uitsluitsel kunnen we uiteraard nog niet geven. U zal moeten rekenen op de telefoonketting. Vermits dit verslag het voorlopig laatste zal zijn om door te sturen, kunnen wij niet verder berichten via de site van de school! De rest van ons avontuur zullen jullie lezen als wij weer thuis zullen zijn. We blazen de aftocht en tuffen naar Trudo. Er wordt al gespeculeerd over de wedstrijd van morgen. Zit goud er in of wordt het zilver of brons? We laten begaan. Dit heeft toch geen belang. We zitten aan tafel. Vandaag krijgen we aspergesoep voorgeschoteld. Marcel en Monique komen aanzeulen met aardappelpuree, vergezeld van boontjes en cordon-bleu. Alsof we nog niet op ontploffen staan, krijgen we een wafel als toetje. We kunnen weer wat aan. Het is schitterend, betoverend mooi daarbuiten. We houden de skibroek aan en trekken desnoods nog iets warmers aan. En de stoet gaat weer de bergen in op eigen wijze. Via de kerk zoeken we een bospad dat leidt naar de Jöchelspitze. De niet-wandelaars vragen constant hoe ver de lijdensweg nog reikt. De opluchting is groot als we bij de skilift staan. We laten ons vallen in de zeteltjes en laten ons van 1200 m naar 1800 m brengen. Eenmaal boven vervoegen wij een andere groep sneeuwklassers. Nevelslierten omringen de bergtoppen. In de diepte ligt de Lech er doods bij. De Lech en een hoofdweg zijn de enige verbinding tussen de dorpen, Stockach en Holzgau. Tijd om iets te drinken hebben we niet, de laatste ‘Talfahrt’ is om vier uur. Als we die missen, zijn we de pineut. We spelen op safe. Terwijl wij dalwaarts keren, groeten vriendelijke skiërs ons. Zij gaan nog één maal naar boven, wij bevriezen stilaan. Er zijn jaren geweest dat ik het wondere van de natuur om me heen zag, nu ben ik enkel bezig met onderkoelingsverschijnselen (ook weer niet waar, hoor). Toch is het erg koud. In het zeteltje, tien meter vóór me, wordt luidkeels gegiecheld. Dat zijn Leen en juf Nicole. Miserie met twee beleef je toch anders dan alleen. Jeugdige stemmen van huveneerkes klinken in het verder stille landschap. Eenmaal beneden zien we elkaar terug. Iemand liet een muts vallen onderweg. Haal of vind die maar terug! Iemand liet boven een bril achter. Het wordt een dag van verloren voorwerpen. Dit hebben we nog niet meegemaakt. We zetten onze tocht verder in een deftig tempo. Dit heeft alles met de kou te maken. Onze meer veilige weg kunnen we niet gebruiken. Een bord met verboden toegang wegens lawinegevaar houdt ons tegen. We worden verplicht dezelfde weg te gebruiken als vanmiddag, maar dan in omgekeerde richting. We wandelen over de brug in het centrum van Bach. Julie gooit nog een sneeuwbal in de Lech. Ze gooit ineens haar handschoen mee. Dat is weer een streepje bij ons lijstje van verloren voorwerpen. We moeten haar tegenhouden of ze ging de handschoen recupereren. Zij heeft er geen notie van wat zou kunnen gebeuren als ze door het ijs van de Lech zou zakken! Juf Nicole brengt haar op andere gedachten. We moeten voort, zoeken naar opwarming en warme chocomelk. Juf Nicole schiet nog een winkeltje binnen. Onze kindjes zullen vanavond wel zin hebben in cola. Via het bosje komen we thuis. Niemand blijft buiten rondhangen. We delen een koekje uit, Marcel zorgt voor de chocomelk. We halen de oefenboekjes nogmaals boven en dan is het tijd voor het avondmaal, spaghetti bolognaise alstublieft! De jongens nemen een douche. De meisjes spelen een spel. De jongens sluiten bij hen aan, wanneer ze goed ruiken. Ze krijgen de kans om een spel te spelen. Juf Nicole plant zich neer achter de laptop en wordt DJ van dienst. Onze kinderen kunnen deelnemen aan de lichamelijke drang tot dansen. De meisjes onderscheiden zich. Rond tien uur trekken we het gordijn toe van dag 8. We wensen onze sneeuwklassers een zalige nachtrust. En wat dacht je? Ook jullie wensen we een fijne nachtrust toe. Vele, vele groeten en tot in Hingene/Wintam,
Goedemorgen, beste lezers. In huis is het lekker warm, buiten -22°. Een nieuwe werkweek gaat van start. Trudo is een oase van stilte. Op de kamers moeten we al een duwtje geven. De vermoeidheid wordt zichtbaar. Het lukt niet iedereen tijdig aan de ontbijttafel te zijn. Daar wacht de klassieke koe op het bord, die van Milka. Dat zien onze kindjes wel zitten. De autocar heeft het begeven. De groep van Raphaëla raakt onmogelijk tijdig op de skipiste. Het is tien uur. JEKA heeft hun busjes ingezet om deze kinderen mondjesmaat naar Elbigenalp te verhuizen. Chauffeur Werner zal pas hulp krijgen deze namiddag. Blijkbaar is hij niet alleen met ongemakken. Depanagediensten hebben de handen vol. De koude eist zijn tol. Een warm sfeertje hangt in Trudo rond. Onze jongeren werken in hun boekjes. Juf Nicole en Leen zijn de bos in, op bezoek bij de plaatselijke middenstand. Onze voorraden zijn geslonken. We hebben besloten cornflakes mee te brengen om morgenvroeg te bedelen, kwestie van afwisseling te brengen in ontbijtkeuze. Kookouder Marcel is opgewekt, hij heeft gehoord dat Club Brugge gisteren won met 5 – 1. Zijn dag kan alvast niet meer stuk. De onze ook niet als je zo eens buiten kijkt. Francine, Monique en Andrea houden zich bezig met het pannenkoekenbeslag voor vanavond vijf uur. Ook dat maakt sneeuwklassen voor ons. Leute in de keuken, leute in onze groep. We adopteren Marcel en zijn vrouwen in de huveneersfamilie. Een helblauwe hemel siert het Alpenlandschap. De zon beschijnt de hoogste toppen. Straks krijgen wij wel de warme stralen. We wagen ons buiten met de sleetjes. Op ongeveer 5 minuutjes stappen vinden we een goede locatie (we kenden die al, hoor). Er zijn acht sleetjes. Afwisselend kruipen onze jongeren erop en giechelen het uit. Iemand ploft op de rug in de sneeuwlaag van meer dan 1m en vormt vlindertjes. Juf Nicole weet met haar fototoestel niet meer welke kant uit. Er gebeurt zoveel op zeer korte tijd. Dit is sneeuwklassen ten top. Sleetjes glijden maar. Variaties zien we genoeg. Er zijn er die alleen willen, met twee, drie, vier , vijf, zes. Het is een plezante bedoening. Rond twaalven keren we huiswaarts en parkeren de sleetjes. We schuiven de benen onder tafel en daar verschijnt Marcel al met de noedelsoep. Monique hinkelt enkele minuten later na met aardappelen, broccoli in een witte saus, vergezeld van Schweinepuppefleisch. Nog een halve kiwi maakt het middagmaal compleet. Vandaag is de rust van korte duur. Technische problemen (de autocar) laten ons improviseren. Warm ingeduffeld spurten onze helden de trappen af. Twee busjes van JEKA staan klaar om een deel huveneerkes te leveren aan de skipiste. Om de tijd te doden trekken Leen en ik door het bosje met een veertiental kinderen. Zij moeten wel hun skischoenen dragen. Meester Robert en juf Nicole zullen de ski’s klaar zetten, zodat wij er onmiddellijk kunnen opspringen. Het is de eerste maal dat wij zo uitkijken naar die beige camionetten van JEKA. Wij waarderen het ten zeerste dat deze mensen zich moeten dubbel plooien om ons te vervoeren. Zij doen dit maar al te graag. Zo krijgen ook andere medewerkers van JEKA de groepen eens te zien. Normaal staan zij in voor bevoorrading of andere taken. Het gaat snel richting Elbigenalp. Onze helden staan al klaar, maar wij haasten ons geen moment. Dat is ook zo mooi, de monitoren hebben begrip voor onze ongemakken. Zij wachten totdat de groep voltallig is en vertrekken dan voor de les. We moeten toegeven, enkele huveneerkes zagen de skiles vandaag niet zitten. Dat is het probleem als er een zondag tussen zit. Ook dit gevoel is er eentje van korte duur. Met dit prachtig weer is het weer een en al zaligheid. Onze sportievelingen doen het uitstekend. Enkel de groep van Michaël neemt een opwarmingspauze. De rest gaat er voor. Ook meester Robert beweert dat het helemaal boven erg koud is. De tranen staan in zijn ogen en een… bengelt aan zijn neus. Met één handveeg is het zootje verwijderd. Rond vieren vallen de duiven. De latten worden opgeborgen. Maar liefst 3 busjes van JEKA staan netjes naast elkaar. Zij verzekeren onze terugkeer. Het is wel een fijn gezicht. Ze leggen eieren onder ons en dat is plezant. We bedanken hen, want… zonder hen konden we het skiën op onze buik schrijven. Het valt ons op dat we zelfs sneller in Trudo terug zijn. Zouden we hen niet vragen… Neen, hoor. Om het vervoer vlot te laten verlopen, stappen uit drie busjes de huveneerkes en ikzelf. Met de schoenen in de hand lopen we door het bosje. Wanneer iedereen binnenduikelt, bedelen we de pannenkoeken. Dit gerechtje slaat niemand af. Dan rest er nog de tijd voor een spelletje. Twee Tirolermannen, zowat Sus en Klus, komen aandraven met elk een batterij. Werner probeert zijn autocar te starten, maar tevergeefs. Ze spreken af om morgen om acht uur ’s morgens terug te keren. Vannacht probeert Werner de batterijen op te laden met een batterijlader. Wij mogen de stekker absoluut niet uit het stopcontact trekken! Dat hebben we snel begrepen. In geen tijd is het half zeven. We passen onze infrastructuur aan. We hebben 1 lange tafel nodig om groenten, vlees, vis te presenteren. Het koud buffet is geopend. Onze kookouders hebben vandaag weer hun handen vol gehad. We brullen een woord van dank en zingen een lied. Spontaan komen ze uit de keuken en nemen het woord van dank in ontvangst. Ze glunderen. De meisjes verwijzen we naar de douches, de jongens verzamelen in de refter. Juf Nicole speelt ten dans en de huveneerkes slaan de benen uit en veel meer ook. Vooral jongens trekken zich wat terug en keuvelen wat of spelen een spel. Om kwart voor tien sluit de discotheek. Om tien uur is er controle op geluidoverlast in de kamers. Niemand wordt beboet. Weer een fijne dag voorbij. Het is stil in Trudo.
Slaapwel en… ik vergeet het te
zeggen. We zijn hier nog allemaal gezond, neen,
kerngezond!
De sprekende klok haalt mij uit mijn slaap. We zouden tot acht uur doke doen, maar de buurjongens vonden zeven uur beter kunnen. Ik oefen dan maar mijn roll-offbeweging en sta op vaste bodem. Ik hoor het meester Robert vorig jaar nog zeggen:”Toch een luxe als je kunt wakker worden op je werk.” Ik heb nu zo mijn eigen mening. We nemen dan maar de tijd voor de was en de plas. Ik schuif de gordijnen open en werp een blik op Bach. Een helblauwe lucht en zonnige bergtoppen doen het beste vermoeden. Ik moet onze buren nog dankbaar zijn, want van zo’n dag kan je maar best ten volle genieten. Rond de klok van achten wekken we de enkelingen die in een roes verkeren. Om half negen zit het Trudogezin aan tafel. Thee, chocomelk, koffie geuren. We bedienen de dorstigen en kunnen dan ook een hapje eten. Het ontbijt nuttigen we in een zondagsrustig sfeertje. Buiten verstopt het Tirolergevogelte zich. Enkel de Schnapsmus kan de koude trotseren en brengt een geluidje voort. We noteren -22° Celsius. De Lechaschau, bijrivier van de Lech, kabbelt rustig verder. Voor de rest is het vredig stil en dit in tegenstelling met vannacht. Om 1 uur zou er vuurwerk geweest zijn in het dorp. Het rare is wel dat enkel Leen en juf Nicole hier weet van hebben. De rest van de familie weet van toeten noch blazen. Misschien kunnen die twee maar beter gaan slapen met de kindjes vanavond. Of zijn zij de enigen die op scherp staan? Een rookwolk stijgt op vlak voor het venster. Werner heeft zijn autocar gestart en merkt dat zijn verwarming het niet meer doet. Hij besluit een lange rit te maken met de bedoeling de mechaniek en elektronica aan de praat te krijgen. Hij is fier dat zijn autocar niet stil valt. De busjes van JEKA zitten wel met dat probleem. Binnen is de temperatuur uitstekend. Om negen uur vullen we de oefenboekjes aan. Om half tien krijgen onze jeugdigen de kans om iets voor te bereiden voor vanavond: dansje, gedicht, toneelstuk,… Ze vormen spontaan groepjes. Deze verspreiden zich in huis en inspiratie borrelt op. Wij zijn benieuwd voor vanavond! Met MP3 of I-pod en triestig gezichtje schuiven een tweetal groepjes naar ons toe. Onmiddellijk begrijp ik hun probleem. Zij hebben versterking nodig van onze muziekinstallatie. Met genoeg decibels kunnen zij volop oefenen. Rond elf uur duffelen we ons warm in en trekken de tuin in. We ontvoeren de sleetjes bij onze achterburen en ontvouwen plastieken zakken. Terwijl het gejoel opstijgt van glijdende huveneerkes, kijken anderen geamuseerd toe. In de zon en uit de wind maken wij de nodige beelden. We verleggen ons terrein als de boze huiseigenaar roept dat we zijn wandelpad te glad maken. Jammer, hij kon dat op een andere manier duidelijk gemaakt hebben. Om twaalf uur slurpen we al van een noedelssoep. We gaan de Chinese toer op: rijst, ananas (voor wie het wil) en kip in een zoetzure saus. Middagrust kunnen we niet gunnen. De crème halen we boven en warm genoeg gekleed wandelen we naar Elbigenalp. We hebben daar een afspraak met Alfred voor de sledetocht. Het is schitterend weer. We manen de jongeren aan een tandje bij te steken. Dit is moeilijker voor Lauren, want zij verloor er juist een. Gelukkig stond die los. Je herkent weer de wandelliefhebbers en de rest. Er is meer rest. Zij vertellen heel de tijd verhalen aan elkaar of misbruiken de sneeuw. Je zal maar in het midden van je verhaal een hals vol sneeuw moeten verduren. Toch kunnen ze dat van elkaar verdragen. Dat is fijn. Ik blik op mijn uurwerk. Half drie halen we niet. Meester Robert speelt haas, juf Nicole en Leen hossen van achter naar voor en omgekeerd om beelden te maken. Ik zorg voor duwwerk. Maar het blijft allemaal ontspannen, leuk. Aan de Fisherstube is het verzamelen geblazen. We turen naar de forellen in een kweekvijvertje. Straks liggen die vissen in de borden van het restaurant achter ons. Weer zetten we er de pas in via een bosweg. Dan gaat het over de brug over de Lech. Dan hebben we nog een kwartiertje. Nu stappen we met zijn allen wel flink door. Tien minuten vertraging liepen we op. Alfred heeft de hafflingers al ingespannen. We hebben even verbaal contact met een Vlaamse groep volwassenen die ronddwalen in Elbigenalp op zoek naar een herberg. We maken ze wegwijs en haasten ons verder om ons programma af te werken. Alfred verwelkomt ons zeer hartelijk. Wij zijn geen onbekenden voor mekaar natuurlijk. Ieder jaar zijn we vaste klant. En groep van veertien stapt in de slede, krijgen een deken over zich en vertrekken. Met de overigen brengen we een bezoek aan de kerk en de knokenkelder. Zij moeten niet gaan kijken naar de schedels en botten, maar de nieuwsgierigheid is te groot. We wisselen de groepen. Meester Robert trakteert op een drankje, vergezeld van een pakje koekjes. Weer zitten Vlaamse toeristen geamuseerd toe te kijken. Ze vertrouwen juf Nicole toe dat we brave kinderen hebben. Dan krijg je het toch wat warm. Wij zitten aan een tafel met een inwoner van Elbigenalp. Dat is straf. Vorig jaar zat die hier ook. Wij vragen ons af:”Zit die hier terug of zit die hier nog?” Aan zijn taal en uitstraling te merken, denken wij aan het tweede. Na een laatste toiletbezoek zakken we af, richting Bach. Het is al duister als we Trudo bereiken. Gelukkig zijn we genoeg opgewarmd. Op de zon hoeven we niet meer te rekenen. Op de thermometer lezen we -15° af. Door reorganisatie is frituur Marcel omgebouwd tot hamburgertent. De ketchup gaat van tafel naar tafel en het is weer smullen geblazen. Een romige aardbeienyoghurt kan er nog gerust bij. De jongens worden richting douches verwezen en dan knallen we de avond in met het vrij podium. We kregen balletles. The voice van Vlaanderen wordt ontdekt in Tirol. Met de liedjesbundel in de hand en schorre stemmen sluiten we de dag af. Om kwart voor tien doven we de lichten en wensen we onze kroost een goede nachtrust. Morgen staan we op om half acht. Het weekend is alweer te snel voorbij.
Ook jullie wensen we een goede
nacht en morgen gezond weer op. Jodelahiti, jodelahita, ik ben om half acht al wakker en wie doet mij dat na? Jodelahiti, het is hier heel plezant ik wou mijn wasgerief nemen stond met de kastdeur in mijn hand. Goedemorgen, allemaal, we wensen jullie een fijn weekend. Waarschijnlijk zijn jullie druk in de weer met de sneeuwschop en strooizout. Wij laten alles liggen, wat er ligt. Eerst en vooral een fijne verjaardag toegewenst aan collega’s Christine en Bart. Uit nieuwsgierigheid controleer ik onze minimum-maximumthermometer. En ja hoor, we lezen zwart op wit -21° Celsius. Wij gunnen onze jongens en meisjes een half uurtje meer slaap in het weekend (ook onszelf natuurlijk). Druppelsgewijs schuiven onze meisjes en jongens bij in de refter. Zo zitten we aan tafel om half negen. We starten met het gebruikelijke gebed en verorberen de broodjes die Marcel en zijn vrouwen klaar gelegd hebben op de bordjes. De werktijd vandaag is van korte duur. Wij worden op de skipiste verwacht om tien uur. Het is stilaan routine. De moedigen staan om half tien klaar om de bus in te stappen. Aan de piste delen we de latten uit aan de rechtmatige eigenaar. Het zijn steeds dezelfden die zich als laatste aanbieden. Toch staan allen tijdig in hun rijtjes, wachtend op de monitor. Ondanks de kou is het prachtig. Het zonnetje is van de partij. Het voelt echt niet aan als -21°. Dankzij de wondercrème en heel veel kleren kunnen wij er al tegen. De batterijen van ons fototoestel daarentegen zijn veel gevoeliger aan vriestoestanden. Buiten beweert het toestel dat de batterij leeg is en kan je geen kanten meer uit, binnen blijkt de batterij volledig opgeladen. Gelukkig hebben we al heel wat materiaal. Al denk je, die Oostenrijkers zijn heel wat gewend, dit is blijkbaar toch een uitzonderlijke situatie. Een leiding van een sneeuwkanon is stukgevroren, de ankerlift heeft kuren (die ligt soms geruime tijd lam), de skihut verwarmen lukte niet zo best, ondertussen is alles onder controle. We dwaalden even af, maar hier zijn we weer. De monitoren delen de skipassen uit. Onze kampioenen duwen zich op gang en hangen in geen tijd aan de bananenlift. Even snel zijn ze beneden, de ene zonder bochten, de andere met ruime bochten. En zo gaat het de hele tijd door. Het is dan wel weekend, maar het is erg rustig op de piste. Zo hoeven onze kindjes niet lang stil te staan. Lachen is vanzelfsprekend, moppersmurfen zijn er niet bij. Zelfs Arthur, die lijdzaam moet toezien, graaft verder aan een holletje in een sneeuwhoop aan de skilift. Wat hij hoopt te vinden, weet ik niet en hij waarschijnlijk ook niet. Wij proberen inmiddels foto’s te maken en te filmen, maar zonder handschoenen hou je het niet lang vol, en dan die batterij weet je nog? Ook staat ons team klaar om kinderen te helpen aan de skilift. Die gaat nu sneller dan gisteren, dat ligt aan de man die de knopjes bedient natuurlijk. Halfweg de skiles komen de skiërs van de gevorderde groep naar binnen, een opwarmingsmoment op bevel van monitor Ignaz. Ze zijn dankbaar. Arthur is solidair. Hij volgt een tijdje de reuzenslalom op tv. Na een kwartiertje stappen Ignaz’ discipelen terug op de latten en vervolgen de les. Juffrouw Nicole laat ook haar latten achter om op temperatuur te komen. “Ik voel mijn neusharen”, beweert ze. Een heer met zwarte baard daalt twee keer de skipiste af. De tweede keer met witte baard. Om twaalf uur leveren onze kampioenen de skipassen in en worden de latten achtergelaten. Het valt me op dat in de bus vooral gesproken wordt over eten. Dat is een goed teken. Monique en Marcel rukken uit met tomatensoep. Die heeft geen tijd om koud te worden. We ruimen af en de kommen spinaziepuree worden onder onze neus gezet. Leg daarbij een braadworst en je hoort ons niet meer. Nog een kommetje vers fruit uit blik, badend in siroop, horen erbij en we kunnen er weer tegen. We geven de tijd om te rusten, maar niet te lang. Post is er niet, ’t is zaterdag. We hebben dan ook geen tranen te drogen. Nieuws van het thuisfront weekt iets los, weet je. Dat is niet erg natuurlijk, want tranen verdwijnen even snel als ze kwamen. De bergen roepen. Het is nog steeds mooi buiten. Schoorstenen spuwen grijszwarte dampen. Hier stookt men nat hout. De groep zet zich in versnelling. Vooraan vind je de turbo’s, achteraan de diesels. Juf Nicole en Leen nemen een ruime voorsprong om zich verdekt op te stellen en plaatjes te schieten als wij er aan komen. Zij kunnen ons beeldmateriaal aanvullen, op hoop van zegen. Behalve wij zijn er niet veel mensen op straat. We staan aan de voet van de beklimming naar ‘Wase’. De groep vertrekt weer als 1 geheel, maar valt al snel in stukken en brokken. Vooraan vertrekken de turbo’s, achteraan de diesels. In de achterhoede, in mijn onmiddellijke omgeving, vliegen sneeuwballen ploft men een pakje sneeuw op iemands hoofd, duwt men elkaar in de sneeuw. Dit zijn de ravotterkes en die vind je altijd achteraan. Veel tempo zit hier niet in. Ik hoop stilletjes dat we voor het donker boven zijn. Af en toe geef ik wel een duwtje. Vóór halfweg wacht meester Robert met de voorhoede op de rest. Zo wandelen we voor de lenzen van de apparaten, bestuurd door juf Nicole en Leen. De eerste groep zal waarschijnlijk al boven zijn, de laatste groep perte total. Enkele wandelaars dalen af en we groeten elkaar. Onze kinderen kennen ondertussen enkele woorden Duits. Ook roddelaars laten we maar beter door. Het heeft wat geduurd, maar we zien de voltallige familie terug aan de hut. In de verte, aan de voederplaatsen, staan enkele herten. Ik durf wedden dat weinigen dit gezien hebben. We nemen de traditionele familiefoto en trakteren binnen met een koek en drankje. Opgezette dieren worden aandachtig bekeken. We hebben het lekker warm, zeker zij die bij de open haard zitten. We keren terug. Bergaf gaat het natuurlijk sneller. Om half zeven nuttigen we het avondmaal, croque monsieur. En nu moet ik mijn woorden van gisteren terugnemen. Monique vraagt wanneer we pannenkoeken willen, die waren voorzien voor vandaag, maar vermits we niet thuis konden zijn… We houden ze tegoed voor maandag. Sorry, kookouders, we hebben jullie onderschat. Nu moet je weten, onze kookouders zijn schatten. Ik wil daarom hun namen nog eens geven: Marcel en Andrea, monique, Francine. Zij zijn van Langemark (Ieper). Nu beginnen we ze een beetje te verstaan. Ik hoop dat zij dit verslag nooit lezen, want ze zouden zich beledigd voelen. Dat is niet waar hoor, want zij kennen ons nu ook al stilaan. Die croque monsieur was hun idee. Zo raakten zij van het Tirolerbrood af (want dat wordt niet gegeten, broodjes wel), de kaas en de ham. Monique paradeert met kaasjes (petit gervais) langs de tafels en we zijn weer verzadigd. De meisjes krijgen een verplichte douchebeurt en vervoegen de jongens. Het dagboek wordt aangevuld en de tekening afgewerkt. Onze kroost krijgt een papiertje en ik vraag hen om een reactie van de sneeuwklassen tot nog toe. Deze reacties krijg je, ongecensureerd, in dit verslag. Ik moet toch niet alles alleen doen, hé? Ze werken vrijwillig (nu ja?) mee. Dan volgt de enige, echte, Tirolerquiz. Die is op dit ogenblik aan de gang. Ik kom dus straks bij jullie terug. Nu ga ik vlug zetelen in de jury. Juf Nicole leidt het geheel. Tot straks. Hier zijn we weer, er is een pauze voorzien. Meester Robert tovert een doos uit zijn hoed, een traktatie van de Kalamakies voor het ganse gezin. Dankjewel, hoor. We grabbelen in de doos met snoepen. En de spanning stijgt. Het wordt een nek-aan-nekrace. Groep 3 wint en ontvangt de prijs, een snoepzak. Wat doe je in een familie? Je deelt met alle zussen en broers, juist. Dat doen ze dan ook. Fijn, hé? Het is tien uur. De kindjes worden verwezen naar dromenland. En vóór het slapengaan de ongecensureerde uitlatingen van 38 huveneerkes die al weten wat sneeuwklassen betekenen. Als liefde een werkwoord is, wat dacht je dan van sneeuwklassen? Het is hier heel tof en kan al goed skiën. Kristof Het is hier heel tof op sneeuwklassen en ik lach me hier een breuk. Denzel Het is hier wel tof maar alles verdwijnt hier. Dat is echt raar, maar mama, papie en de rest, ik hou van jullie. Jeroen Het eten is goed. Het skiën is heel tof en gaat goed. Het rodelen was een van de tofste dingen. ‘k Lig in de kamer met Alex, Jolan, Gil, Yarne, Anthony. Er komen nog meer leuke dingen. Jarne DP Het is hier keileuk! We hebben veel leuke dingen gedaan. Lauren Het is hier zalig! Het eten is lekker. Het skiën is tof. En het is leuk om te rodelen en een wandeling te maken. Emile Het is wel al heel leuk! Het rodelen was echt gieren, ik ging echt snel met Jolien. Het is hier wel heel koud, maar daar wennen we wel aan. Ik heb nog maar één keer heimwee gehad. Bloeme V Het is hier super tof. Ik denk dat het nog toffer zal worden. Het skiën is keitof. Het rodelen was kei eng en goor. Bruno Ik vind het heel tof! Vooral het skiën is leuk. De wandelingen zijn wel heel koud. En het rodelen was echt cool, zo snel gaan. Het eten is wel lekker. Simon Thomas en ik waren drie keer zwaar gevallen tijdens het rodelen. We hebben een paar meisjes voorbij gegaan en zijn tegen een muur van sneeuw gebotst. Brent Ik vind het echt SUPER leuk! Ik vond alles echt leuk! Maar het rodelen vond ik het tofste! En onze hele groep Wintam en Hingene vind ik echt heel tof! Het is in 1 woord fantastisch. Charlotte ’t Is hier tof. Alles is leuk en de pistes liggen goed. Soms ijzig. ’t Is wel koud. Ruben Sneeuwklassen hier in Bach is gewoonweg super. Ik had het saaier verwacht. Het is hier echt mega leuk. Fleur Sneeuwklassen is de max. Je leert er veel nieuwe vrienden kennen en dat is leuk. De monitoren zijn ook leuk, dus het is helemaal te gek. Shelsia Het is super in Tirol. Ik amuseer mij. Het skiën is leuk evenals het wandelen, rodelen… Maar de temperatuur zit tegen. We hebben al -21° gehad. Yarne Het lijkt echt precies chirokamp. Ik voel me hier echt thuis. Mijn grote dank aan de kookouders, de meesters en juf en verpleegster. Ik vond het echt al kei leuk. Het rodelen was ook echt tof. Spijtig dat de tijd zo snel gaat. Bloeme S Het is hier kei vet leuk. Maar het eten is hier niet zo lekker. Eline Ik vind de sneeuwklassen tot nu toe kei tof. Vooral met het rodelen. De wandelingen waren tof. De laatste wandeling was de tofste. Spijtig dat we sneeuwklassen niet 2 of 3 keer doen in het jaar. Matthias Het is hier super leuk. Het eten is ok. Skiën is super tof. Julie Het rodelen was leuk en het skiën ook. Mijn hand doet zeer want ze zijn erover gereden met het rodelen. Sam Het is hier super tof. Helemaal niet streng. Ik vind het eten hier wel lekker. Goed gedaan, koks. De kamerindeling is super. Het rodelen was mega cool, ook al ben ik gevallen. De tijd gaat hier rap vooruit. Ik hoop dat het nog tof wordt. Lore Keitof vooral het rodelen met Brent. De laatste keer zijn we drie keer gevallen. Thomas Het is hier super leuk. Spijtig dat het bijna gedaan is. Gil Het is hier super leuk. Een echte ervaring. Gilles Tot nu toe vind ik het niet goed… maar echt super monster leuk’ Maar de liefde is hard (Matthias). Arthur Het rodelen was mega leuk!!! Het eten is hier fantastisch. Het skiën is wel ijskoud aan uw voeten, maar toch leuk. Hier ligt mega veel sneeuw, kei leuk dus. Soms liggen de pistes ijzig. Jolien Het is hier echt kei, vet, cool, tof, grappig…De leraar van het skiën is ook super. De leraar van de andere groep is wel wat brommig tegen mij (valt wel een beetje mee, hoor). Elise Het rodelen vond ik super tof. Het eten valt kei goed mee. Met wie ik op de kamer lig, vind ik ook heel tof. En met het skiën zit ik in een goede groep en we hebben een leuke leraar. Ik ben nog maar twee keer echt gevallen met het skiën, maar niet pijnlijk. Er ligt echt veel sneeuw. Janelle Het is wel heel koud. Ik lust wel bijna alles. Het is hier leuk en ben altijd moe ’s avonds. Nog geen hoofdpijn gehad. Jolan Ik vind sneeuwklassen super tof omdat wij dan eens het zot beest kunnen zijn. Enkele toppers waren rodelen, sneeuwballengevecht, stappen naar de berg. Ik ben met het rodelen met Matthias super hard gevallen en op een andere skipiste terechtgekomen. Dus in het algemeen: super tof en het eten is soms wel lekker. Yordi De sneeuwklassen is al super tof geweest. Het eten is lekkerder dan verwacht. Er ligt super veel sneeuw, op sommige plaatsen wel 1 meter. En het skiën lukt bij iedereen ook al goed. Kort samengevat, sneeuwklassen is fantastisch. Alex Het is hier super tof. Voor mij mogen het meer dan 10 dagen zijn. Jarne H In één woord: kei – vet – cool! (Dat zijn er eigenlijk 3 hé?) Ik heb me nog niet 1 seconde verveeld. Normaal ski ik niet zo graag, maar na deze sneeuwklassen zal ik altijd met veel plezier gaan skiën. We (met we bedoel ik heel Hingene 6de dan) hadden eerst een vooroordeel over Wintam maar je leert die kennen en nu zijn die echt leuk. Elisabeth Ik vind het hier kei tof. Ik vind het ook heel spijtig dat we bijna weer naar huis gaan. Chréscènthyâ Het is hier super leuk. Jammer genoeg moet ik naar huis. Anthony Het is hier kei leuk. Het skiën wordt steeds leuker. Sneeuwklassen is echt tof om mee te maken. Lisa Ik vind sneeuwklassen echt super! Het skiën is ook kei tof. Bauwe Sneeuwklassen is echt super tof. Ik kan eindelijk skiën en dat is echt super tof. De wandelingen zijn ook heel tof. Kaylee Dit is een hele boterham, nietwaar? Misschien wordt het tijd om ook te gaan slapen. Ik geeuw al. Tooooot mooooorgen. Enkele bemerkingen: * De foto’s die we doorsturen zijn slechts een greep uit onze verzameling. U hoeft deze niet te downloaden. We zetten ze later (gratis) op cd (die u ons bezorgt) of op stick. Jullie raden het al, ’t is kwart voor zeven. Terwijl wij dit verslag schrijven, sneeuwt het bij jullie ook. Dat schept een band. In ieder geval, het is weer stil in Trudo, fijn. Na het ochtendgebed tikken we een zacht gekookt eitje op de kop en werken het naar binnen. Gisteren, Lichtmis, hebben we geen pannenkoeken gekregen en die zullen er waarschijnlijk ook nooit komen. Het deert ons wel niet. Onmiddellijk na de maaltijd werken we in onze boekjes. Onze digitale thermometer geeft de verpleegster van JEKA gelijk. We noteren -15°! Hun crème zal van pas komen. Sneeuw is er niet meer bij gevallen. Buschauffeur Werner en echtgenote komen de refter binnen. De temperatuur gaat hier morgen dalen tot -24°! We drinken een extra kop koffie. Het ei ligt al zwaar op de maag bij het horen van dit bericht. We laten de kinderen hun kamer opruimen. Op de kamers zijn bommen ontploft. Een kat vindt haar jongen hier niet meer terug. Deze namiddag komt een kuisploeg langs en letterlijk alles moet van de grond of zal mee verdwijnen in de stofzuigers. Dan wordt er gesmeerd of ons leven er van af hangt. We transformeren in Michelinmannetjes. Ondertussen is men op de jongensafdeling druk in de weer met een nieuwe radiator. Je weet wel, die roestbak in vorig verslag moet eraan geloven. De lucht klaart op, wolken verdwijnen, de zon krijgt vrij spel. Dit is hemels. Het blijft wel koud, er waait een windje. We trekken door het bos naar het centrum van Bach. Aan de Lech komen de kinderen te weten waar de bron, monding, linkeroever, rechteroever,… zijn. Vooral enkele jongens zal linker- en rechteroever worst wezen. Het is veel belangrijker hoe hun sneeuw(ijs)ballen de ijsschotsen in de Lech vernielen. Een sneeuwruimer borstelt de sneeuw van de weg en spuit die richting Lech. We blijven niet te lang staan en gaan de kerk binnen. We geven wat uitleg. We keren naar huis terug. Frituur Marcel/Andrea/Francine/Monique opent de deuren. De soep met champignons doet ons weer gloeien. Stoofvlees, appelmoes en frietjes vormen de hoofdschotel. Monique vertelt dat onze kindjes goed eten en dat doet hen een plezier. We antwoorden dat dat iets te maken heeft met de zorg die zij besteden aan de bereiding. Het zijn fantastische mensen. We ronden af met chocoladepudding. Middagrust is geen optie vandaag. We maken ons klaar voor de derde skiles. Om twee uur zijn we paraat. Onmiddellijk glijden alle groepen naar de bananenlift en gaan hogerop, over vooruitgang gesproken! En weerom, ze doen het goed hoor. We zien stralende gezichten, ondanks de koude. Het windje wakkert aan. Michaël besluit om half vier de skilatten te parkeren. Zijn pupillen moeten zich opwarmen in de skihut. Na vijf minuten zijn ze terug klaar om te skiën. De twee andere groepen blijven skiën zonder opwarming. Wij nemen nog foto’s en filmen. Ook dit zijn korte momenten, want zonder handschoenen hou je dit niet lang vol. Het is vier uur en onze sportievelingen strijken neer. De latten bergen we vliegensvlug op. Niemand voelt de behoefte om nog buiten te spelen. De chocomelk wordt graag gezien. Tekenbladen worden uitgedeeld en we zijn al benieuwd naar de artistieke resultaten. Om half zeven schuiven we de beentjes onder de tafel voor het avondmaal. Een nat worstje van zo’n 25 cm hangt over het bord. Heel wat worstjes keren terug naar de keuken, dat valt ook de kookouders op. Ze zijn niet verbaasd. Ook zij hebben bedankt voor dit product. We stelden ons voorbije dag de vraag of rodelen wel mogelijk zou zijn bij deze temperaturen. De afspraak met de plaatselijke busmaatschappij ‘Specht’ werd al lang gemaakt. We wagen het er op. We duffelen ons erg warm in. Om half acht tuffen we richting Holzgau. Het is een ritje van een kwartier. Touristilpilletjes zijn ingenomen. Er zijn al geen problemen wat busziekte betreft. Aan de kerk in Holzgau stappen we uit, beladen met handschoenen en helm. Een fluitsignaal van tussen de tanden klinkt in de stilte van de avond. We maken haast en kunnen onmiddellijk de slee op. We zijn verwacht. Een tractor sleept ons naar boven. Leen en juf Nicole nemen hun plaatsen in, dichtbij een lantaarnpaal. Zij staan in voor de beelden. Meester Robert en ikzelf voelen ons weer Het is groot jolijt onderweg. Eenmaal boven vertelt de begeleider dat we voorzichtig moeten zijn, niet te snel hoeven te gaan. En dan is het zover. Om de beurt gaan we met tweeën per slee naar beneden. Arthur is eerst copiloot bij meester Robert, de volgende twee beurten bij mij. Het loopt lekker, misschien voor sommigen ietwat eng. Het is vrij donker, met hier en daar verlichte plaatsen. Een viertal huveneerkes houden het bij 1 afdaling, de overigen bij 3. Ondanks de koude houden we het een uurtje vol. Er is vraag naar meer. Het is leuk geweest. Alles is goed verlopen en dat is voor ons dan weer het belangrijkste nieuws. De chauffeur wacht ons al op en we keren huiswaarts. Zij die het wensen kunnen nog eens drinken en dan keren we naar de kamers. We hebben een afspraak met Klaas Vaak. Iets over tienen gaan de lichten uit. Het was weer een fantastische dag. Wij ondervinden ondertussen dat de doorgestuurde foto’s grondig worden ontleed. Er bereiken ons sms-jes. Het enige, belangrijkste feit is… Wij zijn hier allen kerngezond!!!!! En wij maken veel plezier. Doe met ons mee. Ik wens jullie een warme en fijne nacht toe bij -17°. Droom zacht en tot morgen. Kiekeboe, hier zijn we weer. Het is kwart voor zeven. De Tirolerhaan kraaide (dat is niet waar, hoor, dat beestje zit waarschijnlijk nog bevroren op stok, het is -9° graden). Met plezier kruip ik uit mijn houten bed, een bodem van houten plankjes met daarop een heel zacht matrasje. Je kan de latjes tellen op het gevoel. Je moet er wel aan denken om gebukt op te staan of je slaat jezelf voor het hoofd tegen het bed boven je. Ik haast me naar de badkamer, want straks staat er misschien een file van opgeblazen jongens en ik kan hen toch niet allemaal laten wachten. Er is hier namelijk maar één toilet voor drie kamers, waaronder een van twaalf bedden. Er staat een plas water op de vloer, een ongelukje deze nacht? Neen, hoor, ’t is de radiator. Die heeft roestverschijnselen en men heeft een bakje onder een lek geplaatst. Daarin worden de druppels opgevangen, maar als het overloopt, ja dan… We kieperen ’t water in ’t toilet en we kunnen droog verder. Het ochtendwasje deed goed. We kunnen rond half acht de kindjes wekken. Het is erg rustig in Trudo. Onze kroost verkeert in goede gezondheid. Om acht uur openen we de dag met het ochtendgebed en het ontbijt. Daarna slaan we de oefenboekjes open en wordt er rustig gewerkt. Vervolgens trekken we de skikleding aan en kunnen we weer richting Elbigenalp. Om tien uur staan we paraat op de latten. We overhandigen de drie groepen aan de monitoren en daar glijden ze van ons weg. Wij hinkelen na. De gevorderde groep hangt al aan de bananenlift en skiet naar de ankerlift. Dat betekent dat ze misschien in beeld verschijnen op de webcam van Knittel (www.knitteltirol.at). De beginnersgroepen 1 en 2 gebruiken nu ook vrij snel de bananenlift aan de minst steile kant. Dit vinden ze al veel leuker. En we moeten toegeven, ze doen het erg goed. De sneeuwkwaliteit speelt uiteraard een grote rol. Het sneeuwtapijt ligt er ideaal bij. Ze kunnen perfect afremmen. De monitoren zijn in hun sas. Voor een enkeling gaat het al iets te snel, maar wij hopen dat ze doorzetten. Dat doen ze ook. Wij zijn erbij om wat te helpen als iemand valt of aan de lift moet gehangen worden. Tegelijkertijd floepen we er een grapje tussen en zo blijft de sfeer erin. We kunnen enkele plaatjes schieten. De tijd vliegt voorbij. Onze kindjes blozen, ook al is het koud. Veel te snel is het middag en nemen we afscheid van de latten. Morgen zien we mekaar terug. De Trudookes zijn hongerig. Na de preisoep volgen de aardappelen, wortelen en erwten, boomstammetjes. Het zijn flink uit de kluiten gewassen stammen, boommerk onbekend. Een ijslolly in drie kleuren maken het middagmaal compleet. En dan krijgen onze dapperen rust en dat vinden ze wel fijn. Rond half drie wagen we ons buiten. Buiten ziet het er uit zoals meester Robert en ikzelf, grijs. Een erg dik wolkendek bekleedt Bach. Onze kindjes zijn erg goed gemutst en… gesjaald, gehandschoend, gethermischondergoed, gebrild, gedubbelpaarsokt,… We trekken door het bosje, over de brug naar het dorpsplein. De kinderen worden in groepen van vier verdeeld en krijgen een potlood. Het is de bedoeling dat ze Bach ontdekken aan de hand van een zoektocht. We wandelen met hen mee. Enkelen nemen hun opdracht er harte en zoeken alsof het een lieve lust is. Anderen spelen liever in de sneeuw. Al snel smelten de groepjes samen tot één grote huveneersfamilie. Het zoekeffect gaat wat verloren. We zoeken allemaal een middel om ons te verwarmen. Als we nu twee rijen zouden vormen en we laten hen een boomstam tussen hen in meedragen, dan waren we een ijslolly, maar wel in 38 fantastisch mooie kleuren. Een Bachspreeuw heeft haar laatste adem gelaten. Enkel wat pluimen liggen op de weg. “Dat is een blinde vink”, merkt Lisa op. Hoe zij deze vogelsoort herkend heeft, ik weet het niet. Fleur herkent dan weer perfect pipisneeuw. Ook hondjes kunnen bij deze temperaturen hun water niet ophouden. De groepstactiek speelt ondertussen. Lauren merkt op:”’t Is niet meer moeilijk om vragen op te lossen. Waar velen blijven staan, vind je een antwoord. “’k Moest van ons ma een broek aantrekken van velours als het koud was”, zegt iemand. “Maar daar klopt niets van”, gaat het verder. We leggen uit dat we extreem koude temperaturen kennen en dat de mama wel gelijk had. De zoektocht leidt ons verder in een boog om ons huis. Van de 22 vragen is de 13de cruciaal. Meester Robert knikt even naar mij, ik knik terug. We blazen de aftocht, koude heeft de groep in zijn macht. Er is geen gemopper. Eenmaal binnen trekken we iets droog/warm aan. In geen tijd zijn we op temperatuur, ook de warme chocomelk helpt daarbij. Dan is het schrijftijd. Rond kwart voor zes steken we de muziekstick in onze laptop en hangen er speakers aan. De kelen worden geschraapt. Trudo bibbert en beeft op zijn grondvesten, schilderijen hangen scheef aan de muur, de kookouders komen uit de keuken gerend met servetten. Zij zwaaien mee op de tonen van ‘Les Lacs du Connemara’. Dat appreciëren onze kornuiten. Het is lachen geblazen. Na het avondmaal van half zeven douchen onze jongens. Er wordt verder gewerkt aan de knutselwerkjes of er wordt een spelletje gespeeld. Een afvaardiging van JEKA valt binnen. De verpleegster overhandigt ons 3 tubes crème, gezichtsbeschermer, want het gaat kouder worden komende dagen. Dat is lief, hé? We krijgen ook lippenbalsem als we dat willen. We willen dat aannemen. Zo komt ook aan deze dag een einde. Om half tien gaat het licht uit. Wij vergaderen nog en rond middernacht zoeken ook wij ons bedje op. Slaapwel.
Trillingen halen me uit mijn slaap. Ik schafte me een nieuwe reiswekker aan, maar zo krachtig kan dat ding toch niet zijn. Het is pas kwart voor zeven en hij staat geprogrammeerd om kwart over zeven. Dit kan maar één ding betekenen, er zijn er wakker vóór mij. En dat klopt. Onze buurjongens hebben hun les ochtendgymnastiek blijkbaar. We hadden afgesproken om op te staan om acht uur, vermits het vorige avond toch vrij laat was. Het gevolg is wel dat de meisjes op de verdieping onder ons, moeten delen in de klappen.
Om half negen kunnen we aan tafel. We begroeten elkaar. Het doet ons deugd iedereen in goede gezondheid aan te treffen. Een nachtje rusten heeft iedereen goed gedaan, behalve onze buurjongens blijkbaar. Nu moet we op hen wachten voor het ontbijt. Er is keuze tussen choco en confituur. Uit de drankenafdeling kunnen ze kiezen tussen: koffie, water, warme melk, warme, thee. We worden in de watten gelegd.
Er is enkel nog tijd om de skikousen aan te trekken. Werner brengt ons rond half tien naar Stanzach om skimateriaal aan te passen. Ook dit is nieuw. Normaal krijgen wij materiaal aan de skipiste in Elbigenalp. Dit jaar moeten we JEKA-materiaal gebruiken. Je moet daarvoor wel een half uurtje bussen. Maar goed, ons maakt het niet veel uit, als we maar kunnen skiën. Twee gemzen langs de weg staren ons na. Na een voorzichtige rit bereiken we JEKA. De wegen zijn licht besneeuwd, maar goed berijdbaar.
In groepjes worden ski’s, schoenen en stokken aangemeten en meegegeven. Voor onze jongens is het lang wachten buiten. En wachten… dat is pas erg. Een Tirolerpoes in een boompje wordt geviseerd. Dit beestje moet zich omsingeld gevoeld hebben. Toch vindt ze het blijkbaar aangenaam om met onze jongelui te spelen. Wij vinden het een goed idee dit diertje met rust te laten.
Het skimateriaal verdwijnt in de bagageruimte van de autocar en we kunnen naar huis. De kookouders zijn er klaar voor. We kunnen haast onmiddellijk aan tafel. Erwtensoep, sla en tomaat, aardappelen verschijnen op tafel in kommetjes. Voor de presentatie in het bord mogen we zelf zorgen. Terwijl elk kookprogramma op tv de presentatie benadrukt, heeft dat op ons geen enkele indruk gegeven. Bij ons heeft dat voedsel geen tijd om gepresenteerd te worden. Wij eten alles gewoon op en… het smaakt ook! Een pudding kan er nog net bij en dan zijn we klaar om de skibroek, bril,… uit te reiskoffer te halen. Het wordt even zoeken.
Rond half twee staan we klaar om te vertrekken naar Elbigenalp. De latten liggen in de bus, schoenen helm en bril moeten onze jongeren nog meenemen. Werner en echtgenote hebben de bus al laten warm draaien. Het is aangenaam warm in de autocar, erbuiten is het wat anders.
De skipiste ligt er rustig, vredig bij. Het pakje sneeuw is erg ok. Het gaat de beginnelingen zeker vertrouwen geven. Daar zijn de monitoren: Wolfgang, Ignaz en Michaël. Ze proberen de kinderen op één rij te krijgen. Dat neemt enige tijd in beslag. De Schi Heil volgt en het ski-avontuur gaat van start. Ignaz ontfermt zich over de gevorderden. In minder dan geen tijd neemt hij zijn groep (een vijftiental) onder de arm en kiest het hazenpad. De overigen worden in twee groepen opgesplitst. Zij leren basisstapjes en krijgen evenwichtsoefeningen voorgeschoteld. Het gaat vlotjes. Enkel de temperatuur keert zich tegen ons. Voor de rest amuseren ze zich wel. Al snel hangen de beginners aan de knopenlift en kunnen ze wat glijden. Dat maakt een wereld van verschil, minder vermoeiend dan stappen. De groep van de gevorderden gebruikt de bananenlift al. Ook daar loopt alles op wieltjes (of ski’s). Vijftig percent, zelfs meer, van de skiërs op de piste zijn de onzen. Je raadt het al, er zijn maar twee groepen.
Ons vierkoppig team kan naar hartenlust filmen en foto’s nemen. Af en toe steken we onze apparaten in de draagtas om een gevallen huveneerke uit de sneeuw te halen en op de been te krijgen. Voorlopig zijn er nog geen opgevers, gelukkig maar. Het vlot wel, de monitoren knikken bevredigend. Ondertussen wordt het wel kouder, als je stilstaat tenminste. Onze sportievelingen blozen. Het aangezicht gloeit af en toe, dan weer snijdt het windje. Maar als we hen mogen geloven, ze vinden het leuk.
Al veel te snel is de les voorbij. De benen voelen wat stram. Wat zou je willen? We vinden dat ze een pluim verdienen, maar we maken er chocomelk van.
De huveneerkes brengen hun latten aan en ons team bergt ze netjes op. Met de schoenen in de hand huppelen we naar de parking. Werner heeft het luik al geopend en de schoenen gaan de bagageruimte in. We laten ons in een zetel ploffen en we toeren naar Trudo. De chocomelk staat klaar. Daar hoort nog een koek bij en we komen terug op normale temperatuur.
Onze kindjes krijgen de tijd om iets droogs aan te trekken. De boekjes worden bovengehaald. Het dagboek wordt ingevuld en enkele opdrachten (wiskunde, Nederlands, Frans,…) worden afgewerkt.
Om half zeven is het etenstijd. Marcel en de zijnen brengen spek met eieren aan. We zuchten. Straks staan onze kapoenen er weer sterk op om de nacht in te gaan, genoeg energie op het verkeerde moment. Wat doen onze kookouders ons toch aan?
Onze kroost trekt zich terug op de kamer en verschijnt later terug in slaapkledij. De meisjes krijgen een doucheplicht, de jongens de keuze. Juf Nicole en Leen begeleiden dit hygiënisch gebeuren.
Een groep van vijftien kan knutselen. Zij tekenen een figuur op een houten plankje en branden dan die tekening erin. De properen onder ons, zij die vanonder de douche gekomen zijn, vervoegen de groep en tekenen mee of spelen een gezelschapsspel. Nog een laatste drankje bieden we aan en dan sluiten we de dag met enkele bemerkingen over de voorbije 13 uur. Het moet rustiger in huis.
Om half tien wensen we de 38 huveneerkes welterusten en nemen we nog een foto op elke kamer. Het licht gaat uit, de rust keert weer. We moeten toegeven, het is snel stil. We luistervinken aan elke deur en we horen nog wat zachte stemmen. Ook zij piepen waarschijnlijk terug op de voorbije dag.
Slaapwel, beste lezers, tot morgen.
Wat doet een mens zoal om half zes op een dinsdagnacht? Het is eenvoudig: opstaan, zichzelf de kans geven wakker te worden, broodjes smeren, koffie zetten, zich wassen, overlopen of alles klaar is om een reis te ondernemen naar Oostenrijk met 38 zenuwachtige huveneerkes en nog 3 begeleiders, vaststellen dat alles onder controle is. Koffer, dozen, laptops worden in de auto gepropt en ik haast me naar de parking van de ‘Spar’.
Enkele families verzamelden al in de koude. Juf Nicole is het ontvangstcomité. Snel moet ik uitladen, want een leverancier van de ‘Spar’ heeft zijn vrachtwagen in zijn achteruit gezet. Mijn autootje laat ik liever niet rammen. Dan is het tijd om te polsen naar de voorbije nacht van onze deelnemers. Langs haar neus weg fluistert juf Nicole: “Als de bus hier straks maar niet aan onze neus voorbijrijdt.” En wat dacht je? Haar woorden waren nog niet koud (niet te verwonderen met deze ochtendtemperatuur) of een bus van ‘De Polder’ draait het hoekje om, richting Wintam. Meester Maurits fietst ons, wachtenden, in de armen. Hij komt ons allen uitwuiven.
Een kwartiertje later houdt de autocar halt op de parking, vlak voor onze koude neus. Het laadwerk kan beginnen. Alle bagage kan er in. Nu nog onze sneeuwklassers en wijzelf. De deuren worden gesloten en we koersen naar de N16. We noteren 07.40 uur. Een afscheidstraantje droogt en weldra zitten we in de reissfeer. Eerste contacten worden gelegd. De buschauffeur Werner heet ons welkom en dreunt zijn speech af. Het is een rustige kerel. Chauffeur Patrick heeft het stuur genomen en geeft gas totdat de A12 roet in ’t eten gooit. Wat wil je om dit uur?
In Ranst verlaten we de snelweg . Twee medewerkers van JEKA vervoegen onze familie. Zo kunnen we onze weg voortzetten om zo snel mogelijk België te verlaten en Nederland, Duitsland binnen te vallen. De provincie Limburg heeft inderdaad sneeuw gehad. Van op vrachtwagens vliegt ijs in het rond. Het zijn haast projectielen die op de rijbaan in scherven openspatten.
Om tien voor elf bereiken we Rastplatz ‘Aachener Land’. Het is zonnig, maar gladjes op de parking. Een toiletbezoek kan eindelijk, het kost je wel 70 cent. Geloof me, je hebt het er met plezier voor over. We ontmoeten kookouders die ons vroeger al bedienden. We stappen weer in en het gaat richting Hockenheim. Chauffeur Werner vertelt dat hij nog wil halt houden in Peppenhoven. Dat heeft hij afgesproken met zijn collega’s op de andere autocar van De Polder. Terwijl zijn collega verder tuft, gaat Werner rond met een snoepje voor de ganse busbevolking. Is dit een kersverse service van ‘De Polder’? De kindjes vinden het wel leuk. Wij ook, hoor. In een gesprek met Werner komen we te weten dat Werner in Bach blijft voor de ganse periode en onze chauffeur blijft voor het vervoer van en naar de skipiste. Zijn collega, Patrick, zal in Hockenheim overstappen op een andere bus. We zijn weer wat wijzer. Onze kinderen vinden het goed nieuws, ook zij zien Werner zitten.
Na nog geen twee uur rijden, bereiken we Peppenhoven. Van sneeuw is er nu helemaal geen sprake meer. Het zonnetje schijnt. Uit de wind zal het wel warm zijn, maar dat zullen we nooit weten. We nestelen ons op het terras buiten om onze knapzak aan te spreken. De kinderen die naar het toilet moeten, maken kennis met een vriendelijke sanitaire verantwoordelijke. Hij doet teken dat ze zich wat moeten bukken, zodat ze door kunnen zonder te betalen. Naar ons, begeleiders, doet hij dat helemaal niet! Op het terras komen de tongen los. Er worden banden gesmeed, meer zelfs… Cupido heeft al een pijl afgeschoten en ’t was raak. Deze trof … en … meer durf ik niet zeggen, want stel dat door het windje de verkeerden getroffen werden. Onze kroost, of toch velen ervan, willen de bus op. We vertellen hen dat de chauffeurs nog aan het eten zijn in het plaatselijke restaurant. We moeten nog wat wachten. Misschien moeten we ooit busklassen proberen! We begrijpen hen. Het is koud en we willen door naar Oostenrijk. Rond 12 uur is het zover.
Rond 14.45 uur parkeren we in Hockenheim. Wij pakken een plaspauze, Patrick zijn biezen. Om 14.45 zet Werner de autocar in beweging. ‘Frits en Freddy’ (film) toveren een schaterlach of glimlach op het gezicht van de aandachtige kijkers en de tijd gaat goed voorbij. Dat bevestigen onze huveneerkes.
De laatste stop in Rastplatz ‘Illertal’ is de koudste. Het wordt donker en het is ondertussen twintig voor zeven. Voor 70 cent kan je terug ademhalen. We snuiven nog wat koude, frisse lucht op, voordat we instappen. Nu ja, in een tankstation, waar twee bussen hun motor staat te draaien? Er ligt nog een vleugje sneeuw. Onze meisjes en jongens beginnen naar hun avontuur te verlangen.
Rond de klok van zes vatten we de laatste kilometers aan. Firmin Crets houdt ons nog gezelschap totdat we de snelweg verlaten en via Reutte het Lechtal in rijden. Wij en onze chauffeur melden ons aan bij JEKA te Stanzach. Ook hier ontmoeten we weer kookouders die ooit voor ons kookten. Het zijn nog altijd diezelfde mensen die hier elk jaar in het Lechtal rondhangen. Dat denken en zeggen wij over hen. Dat zeggen zij over ons. Kortom, het is tof die mensen telkens weer te ontmoeten. We komen wel te weten dat het vorige periode nogal zonnig was, voor ons staat bewolking op het programma. Menen ze dat wel? Na een kort onderhoud met de JEKA-verantwoordelijken, vervoegen meester Robert en ik de troepen. Onze twee medereizigers uit Ranst hebben ons al verlaten en blijven achter in Stanzach. Wij hebben nog een halfuurtje te gaan en we zijn ook op onze bestemming. De spanning in de bus stijgt. Het wordt stilaan vermoeiend, die kilometers. Chauffeur Werner vraagt ons hem wat te helpen om de juiste weg te vinden. Hij was ooit in Bach, maar dan wel in de zomer! Meester Robert is vanaf nu zijn GPS. Werners vrouw kijkt toe van op de eerste zetel.
In het pikdonker zet Werner ons netjes af voor de deur van ‘Trudo’. We helpen elkaar om alles uit de bagageruimte te sleuren en naar binnen te brengen. Het sneeuwt lichtjes. Eenmaal binnen maken we kennis met onze kookouders, of zal ik zeggen… opnieuw kennis? Inderdaad, ook wij zijn geen onbekenden voor elkaar. Ook zij hebben ooit voor ons gekookt. Zij vinden het fijn en wij ook.
En soepje geurt. We mogen genieten, even dan toch. Want… dan volgt de kamerverdeling en moeten alle koffers de trap op. De meisjes slapen op de eerste verdieping, de jongens mogen (moeten) nog een verdieping hoger. Met hulp van elkaar, komt alles prima in orde. Het is wel tien uur eer we volledig geïnstalleerd zijn.
Een achttal kookouders die terug naar België moeten, zitten in een hoekje van de refter. Zij krijgen slecht nieuws. De bus die hen moet ophalen heeft op de heenreis een panne gehad. Rond middernacht worden ze opgehaald door een minibusje van JEKA. Rond die tijd arriveren onze achterburen van Raphaël. Och arme die kinderen die zo laat ter plaatse arriveren. Hun nachtrust zal kort zijn. Onze huveneerkes kropen onder de wol rond half elf, maar dat betekent niet dat ze slapen om dit uur.
De groep van Raphaël heeft het niet getroffen. We horen achteraf dat de acht kookouders pas rond twee uur ’s nachts het Lechtal heeft verlaten, samen met een groep kinderen. Ook zij zullen niet al te vroeg in hun ouders armen vallen, de schaapjes. We voelen met hen mee.
Wij kruipen dan ook maar tussen de lakens.
Een belangrijke voetnoot: * wij hebben geen buszieken gehad! * ook zij die zich wat minder voelden bij het vertrek, stellen het goed! De sneeuwklassen kunnen beginnen!
|
|||