|
|
|||
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
Goeiemorgen, morgen, goeiedag, blij dat het weer eens sneeuwen mag. Inderdaad, onze ogen zijn nog maar half open, maar we zijn er zeker van… het sneeuwt! Nu hebben we echt alles gehad: zonnig weer, regen, sneeuw. Bach is volledig in een deken van wolken gehuld. Bergen zijn niet meer te zien. Om acht uur zien we al onze sloebers terug aan tafel. Het is de laatste dag en misschien daarom is het zo rustig in de refter. De kookouders vertellen dat vandaag de Tsjechische onderhoudsploeg langs komt. Dat nieuws gooit roet in het eten. Van werken in onze oefenboekjes kan dus geen sprake meer zijn. We sturen de ganse familie naar de slaapkamers terug. Koffers en rondslingerend materiaal moeten op het bed. Ook papiertjes, flesjes,… moeten in de prullenmand. We trekken de skipakken aan en goed op tijd staat iedereen aan de bus. Voor de laatste keer worden de skischoenen in de bagageruimte en de skibak gelegd. We polsen nog even of iedereen de handschoenen bij heeft en bril. Er heerst een beetje onrust. Vandaag gaat de wedstrijd door. Aan de piste geven we de skilatten en stokken aan. Dan is het wachten op de monitoren: Harald, Wolfgang, Ignaz en Marina. We dachten ook vandaag alleen op de piste te zijn. Dat was gerekend buiten een groep van een andere reisorganisatie. Shirts met nummers worden door de monitoren naar buiten gebracht. Onze sporters staan al klaar op 4 rijen. Ondertussen blijft het sneeuwen. Vlokken worden dikker. Wij halen de paraplu boven, want ideaal is het weer niet om foto’s te maken of te filmen. We vragen in de skihut om nog twee paraplu’s zodat we ons werk naar behoren kunnen doen. We krijgen waarom we vragen. Elk kind krijgt een nummer. We kunnen de wedstrijd slalom starten. De monitoren geven het voorbeeld en trekken zo het spoor, de ideale lijn om snel beneden te zijn. Ons reportageteam (dat zijn wij alle 5) trippelt de berghelling op om positie te kiezen. Vijfenveertig kinderen skiën ons voorbij. Dan is het de beurt aan onze atleten. Juf Nicole doet het camerawerk, meester Dirk en Leen nemen de foto’s. En meester Robert en ik? Wij houden de paraplu vast om de lens te vrijwaren van sneeuwvlokken. Onze atleten geven het beste van zichzelf. Niemand komt ten val. Straffe toeren na zeven dagen skiën, vinden wij. Alsof de weergoden er mee gemoeid zijn, houdt het plots op met sneeuwen. Grijze wolken verdwijnen en wij staan onder een blauwe hemel. De tweede afdaling kunnen we filmen zonder paraplu. Meester Robert en ik zijn technisch werkloos. De zon brandt in onze rug en dus pal op de snoet van onze jongeren. Ook de tweede beurt verloopt rimpeloos. De kinderen leveren hun nummer in en mogen vrij skiën op het minst steile stuk van de piste. Sommigen houden het voor bekeken als ze de lange file aan de lift merken. Al vrij snel stapt iedereen uit de bindingen en zet de latten opzij. Dan is het wachten op de uitreiking van diploma’s en medailles. De 4 monitoren hebben de diploma’s en medailles mee en trommelen hun leerlingen op. Dit is moeilijk camerawerk. Je moet op 4 plaatsen tegelijk zijn. Onze meisjes en jongens worden beloond met gouden, zilveren of bronzen medaille. De een is ontgoocheld, anderen fier. Wij zijn fier op elk van hen. Ze hebben het toch maar gedaan. Ze kunnen skiën. Opdracht geslaagd. Er wordt nog een foto gemaakt van elke groep met monitor. Ook onze voltallige kroost verdient nog een groepsfoto. De skischoenen worden ingeleverd, daarna de latten en stokken. We laten de piste achter ons, de fijne herinneringen nemen we mee. We stappen op de bus en verzamelen alle diploma’s. Die willen we samen meenemen naar huis. Morgenvroeg krijgen onze kinderen die terug, dit om zeker te zijn dat ze wel mee zijn en nog netjes. We gaan aan tafel. Deze keer eten we tomatensoep, spirelli en balletjes in tomatensaus. Als dessert is er nog abrikoos in eigen nat (siroop). Buschauffeur Geert en onze kookouders worden nog eens bedankt. Kok Marc heeft voor ons in stilte een dankwoordje gesneden in hout. We wisten al dat hij houtsnijder was in zijn vrije tijd. Zo zie je maar, hier zijn we één grote familie. Dan houden we ons hart vast. De koffers moeten gepakt worden. Met wat hulp hier en daar slagen onze kinderen in de opdracht. We laten de kamers leeg achter of toch bijna. Een achtergelaten paar kousen of handschoenen zijn natuurlijk van niemand. Een naam vinden we niet terug. Het is drie uur en alle bagage staat klaar in de refter. Het is niet eenvoudig om je een weg te banen tussen koffers en zakken. Buschauffeur Geert zit op dit ogenblik met een andere groep aan de skipiste, inladen kunnen we dus nog niet. Dan komt het hoogtepunt voor onze jeugd. De euro’s kriebelen en vragen om uitgegeven te worden. Het is weer gaan regenen. Toch begeven we ons naar de plaatselijke ‘Spar’. De jacht naar eten, drank en souvenirs is geopend. De eigenares doet een goede zaak, het is file aan de kassa. Enkele plaatselijke klanten laten we voorgaan en zijn ons daarvoor dankbaar. Beladen met zakjes keren we terug naar Trudo. De rugzak (handbagage) kan gevuld worden. De bus staat nu wel voor de deur. Onze kinderen brengen elk hun koffer naar buiten. Wij stropen de mouwen op en vullen, samen met Geert, de bagageruimte en de skibak. Alles kan erin, fijn zo. We zijn vertrekkensklaar. Toch mag Geert pas om zeven uur vertrekken naar België. Dit heeft alles te maken met rij- en rusttijden. Om half zes smeren we nog een boterham en nemen ons laatste avondmaal. Zakjes met daarin een koek, chocolade, een appel worden uitgedeeld. We kunnen ook zelf nog een broodje smeren en in het zakje opbergen voor vannacht. Kok Marc fluistert in ons oor dat we beleefde kinderen hebben. Onze neus krult en ons hemdkraagje knelt plots een beetje. Ook al is dit niet onmiddellijk onze verdienste, het doet toch deugd. Onze kookouders doen vlug de vaat. Zij worden om zeven uur opgehaald door JEKA. Zij vertrekken ook naar huis, maar niet met ons. Een uurtje wachten kan lang duren. En geduld… dat is wel eens een probleem. Vooral onze jongens worden wat onrustig. Om zeven uur zijn we eindelijk klaar om te vertrekken. Iedereen heeft een plaatsje gevonden op de autocar. Om half acht bereiken we Stanzach. Geert meldt zich aan en dan zijn we voorgoed ribbedebie. Dikke vlokken vliegen tegen de voorruit. Geert vertelt intussen dat de groep die in de namiddag wedstrijd had, op het eind niet meer kon skiën. De sneeuw is te waterachtig geworden. Dit voorspelt niet veel goeds voor de groep die na ons komt. Wij hebben echt veel geluk gehad. Op dit ogenblik zit ik aan een tafeltje in de autocar om dit verslag te maken. Onze kinderen bekijken een film. Na de film wordt het licht gedoofd en kunnen we gaan slapen. Het is nu twintig over negen. Om kwart over tien houden we een pauze. Geert parkeert de bus vóór de ingang van de toiletten van rustplaats ‘Denkendorf’. We zijn dan 135 km van Hockenheim. Naast ons staat een vrachtwagen met oplegger. Hij vervoert een kermisattractie. ‘We gaan naar de kermis’, roept Yonie. Dat vind ik raar. We komen er net van. Onze kindjes kunnen naar het toilet. Plots stopt een bus met Duitse jonge mensen. Ook zij hebben en punt gezet achter hun skivakantie, denk ik. Zij houden een sanitaire stop. Een muziekinstallatie wordt van de bus gesleurd. De volumeknop wordt opengedraaid. Zij staan nu te dansen op de parking. Ze durven wel, want hier staan een heleboel vrachtwagens geparkeerd. En de chauffeurs slapen. De gordijntjes zijn overal naar beneden. Straks ontstaat hier misschien een rel. Die kerels maak je liever niet wakker. Wij muizen er vanonder. Met die feestgangers hebben wij niets te maken. Het is half elf. Buiten noteren we 2°C. Dat kunnen we aflezen in de bus. Geert wil vóór middernacht in Hockenheim zijn, dan zit zijn reis erop. Zo respecteert hij ook de rij- en rusttijden. Zijn collega neemt het daar van hem over. Eén ding is zeker, wij zitten dan zowat halfweg en zullen morgen heel vroeg thuis zijn. De film is gestopt en de lichten in de autocar worden gedoofd. Hopelijk kunnen we wat slapen. De terugreis verloopt rustig en vlotjes. Om bijna middernacht bereiken we Hockenheim. Geert geeft het stuur over aan Luc, zijn collega. Die slaapt hier ergens en moet de bus nog vinden tussen al die vrachtwagens. Enkele sneeuweneerkes maken een plasje. Buiten is het nu 0°C. Om twintig over twaalf zijn we weer weg. We kunnen aftellen. Om drie uur staan we stil in Peppenhoven, nog een uurtje rijden naar Aken. We laten de slapende kinderen met rust. De anderen stappen af. We bollen verder naar Hingene en Wintam. Bij mij gaat het licht eindelijk uit. Ik krijg pas tijdsbesef wanneer we terug stilstaan. We zijn dichtbij Wommelgem en de Antwerpse ring. Nu wordt het tijd om het thuisfront te bellen. De telefoonketting kan in werking komen. Rond half zeven zijn we in Hingene. We wuiven naar de ouders die er hun oogappel willen ophalen. Geert heeft gisteravond beslist de leerlingen in Wintam het eerst af te zetten en zo zijn ook de reiskoffers gestapeld. Lang duurt het niet vooraleer we kunnen terugkeren. Ouders helpen snel om reiskoffers uit te laden en naar huis te vertrekken. Hier eindigt ons avontuur zowat. Nieuws in een notendop kregen jullie, maar hopelijk vertellen jullie schatjes al de rest. Het was de moeite waard.
Goede morgen beste lezers. Een fijne werkweek toegewenst. Ook wij gaan van start op het normale uur. Onmiddellijk willen we weten hoe het er buiten uit ziet. Het wordt een schitterende dag. Alle bergtoppen rondom ons baden al in de zon. Hier in het dal nog niet natuurlijk. Ook het zonnetje moet nog klimmen. Onze buurjongens zijn muisstil. Bijna allemaal zijn ze nog in dromenland. We hebben onszelf opgefrist. Dan is het tijd om iedereen te wekken. Rond acht strijken de Huveneerkes neer in de refter. Met het ochtendgebed openen we de dag officieel. Dan stuiven Marc en Jan de refter in met thee of koffie. We kunnen ons weer innerlijk versterken met choco, confituur, een smeerkaasje, honing,… Dan is het tijd om wat schoolser te werk te gaan. De oefenboekjes worden verder ingevuld. De schilderwerkjes van de kinderen krijgen een laagje vernis. Ondertussen zijn onze dames op zoek naar cornflakes. Zo kunnen we morgen, de laatste dag, iets anders aanbieden voor het ontbijt. Rond half elf trekken we waterdichte kledij aan. We nemen sleetjes en plastieken zakken en trekken een paar honderd meter verder. De regen heeft heel wat sneeuw weggespoeld gisteren. De ondergrond is een en al ijs. Toch lukt het om sneeuwpret te beleven. Er wordt zelfs een sneeuwfort gebouwd. Om kwart vóór twaalf kjiere wie were (onze kookouders zijn West-Vlaams en we hebben iets opgestoken). We smullen van de erwtensoep, gekookte aardappelen, groentenmix en cordon bleu. Als toetje zijn een appel of sinaasappel voorzien. Na de platte rust kruipen we in de skikleren en tuffen richting Elbigenalp. De skipiste is zo goed als van ons alleen. Na een skiloos dagje (gisteren) hebben onze kinderen het skiën helemaal niet verleerd. Het is wel de laatste les. Alles verloopt vlekkeloos. De monitoren en hun groep gebruiken afwisselend de bananenlift en de ankerlift. Er schuift wel eens een sneeuweneerke onderuit, maar ze blijven lachen en voortdoen. Het zijn karakterhuveneerkes. Het is nog steeds erg warm, T-shirtweer. Gelukkig hebben we de jassen vóór de skiles aangenomen en op een hoopje gelegd. Wij bewaken de vestiaire. Op dit ogenblik zijn wij nog de enige Vlamingen op de piste. Iedereen druipt hier stilaan af. We mogen van geluk spreken. Morgen hebben we nog de wedstrijd en daarna zullen we waarschijnlijk net weg zijn voor de dooi helemaal intreedt. De ski’s worden ingeleverd. Het is vier uur. We slenteren naar de bus, droppen de schoenen in de bagageruimte van de autocar. De autocar houdt halt vóór het heem. De chocomelk wacht ons op. We doen er nog een koek bovenop. Nog even werken we in de boekjes. Kapsalon ‘Leen’ werkt de laatste klanten af. Douchebedrijf ‘Nicole’ draait op volle toeren. Dit zal morgen niet meer mogelijk zijn. Na het avondmaal spelen we nog een spel. Om acht uur gaat de pyjamafuif van start. Ongeïnteresseerden spelen voort. Alle dansstijlen krijgen we op een presenteerblaadje. We hebben soms bedenkingen. We laten begaan. Om tien over negen sluiten we de tent. Slaapwel en tot morgen. Het is half acht. Onze wekker doet beu, beu. We begrijpen er niets van. Dit keer zijn de runderen in Bach toch niet uitgebroken? Weer tijd om been per been uit het onderste bed te laten vallen. Even opletten om je hoofd niet te stoten tegen het bed boven mij. Dat heb je met een dubbeldekbed. Enkele dijbeenspieren, waarvan je niet eens het bestaan wist, geven het signaal dat je in Tirol bent. De tocht naar ‘Wase’ heeft een spoor nagelaten. We turen door het kamervenster. De helblauwe lucht van gisteren heeft plaats geruimd voor lichtgrijze tinten. Een windje maakt het iets kouder buiten, maar gevroren zal het zeker niet gedaan hebben voorbije nacht. En… daar is eekhoorn Babbeltje. Het diertje heeft een wit buikje en lichtbruine pels. Het staartje wijst naar omhoog. Het is naarstig op zoek naar de wintervoorraad. Babbeltje lijdt aan geheugenverlies. Zal ik mee zoeken of meng ik me dan te veel met de zorgen van de eekhoornfamilie? Ik denk dat ik me beter bekommer om de eigen kroost. Terwijl ik de trappen afdaal naar de refter, komen uit elke slaapkamerdeur groepjes sneeuweneerkes. Met de glimlach begroeten we elkaar. Zo stroomt weer alles samen aan de ontbijttafels. We zien er eerlijk gezegd allemaal fris uit. En dan krijgen we een antwoord op de vraag van vanmorgen. In ons bord ligt de Milka-koe. Zij vraagt erom opgegeten te worden. Na het ochtendgebed wordt de paarswitgevlekte koe verorberd. Ook chocomelk wordt aan tafel gebracht. Dat maakt het zuivelverhaal compleet. We gaan over tot de orde van de dag. Het is dan wel zondag, maar wij blijven doorgaan in ons moordend tempo. De kamers moeten eens flink onder handen genomen worden. In de kamers waar containerparktoestanden heersen, moet ingegrepen worden. Ook de persoonlijke hygiëne krijgt de nodige aandacht. De douchekranen worden opengedraaid. Onze Huveneerkes krijgen een grote onderhoudsbeurt. Ondertussen verspreiden groepjes kinderen zich in dit ruime heem om een act voor vanavond in elkaar te steken. Ook knutselwerkjes moeten afgewerkt worden. Wij zitten ook niet stil. Wij schrijven de diploma’s voor overmorgen klaar. Juf Nicole en Leen vormen het inspectieteam bij het verlaten van de doucheruimte. Meester Dirk is in zijn wandelschoenen gesprongen om cornflakes te halen. We zouden graag als afwisseling morgen ontbijtgranen op tafel brengen. Hopelijk is de winkel niet gesloten. Jan en Marc zijn netjes uitgedost om de plaatselijke eucharistieviering bij te wonen. Zij vertegenwoordigen de ganse Trudofamilie. Katrien en Rita geven in de keuken de sla een bad. Vanavond is het koud buffet. We worden getrakteerd op een aria van Rita. Zij heeft nog in een zangkoor gezongen. Enkele kinderen zonder inspiratie voor het vrije podium vanavond, werken in hun oefenboekjes. Er heerst een ontspannen, rustig sfeertje in huis. Om twaalf uur schuiven we de benen (met of zonder pijnlijke spier) onder tafel. De keukenploeg rukt uit met een noedelsoep, gekookte aardappelen, boontjes und Schweinepuppefleisch. Als dessert krijgen we een chocoladepudding met een laagje slagroom. En je raadt het nooit. Het is zondag en de postbode komt niet langs. Toch krijgen wij, uniek op sneeuwklassen, een briefje van onze eigen meisjes. De brief is ondertekend met: van een paar zotte meiden. Wij vinden het juist prettig dat alle meisjes meewerkten. Een lezing, ongecensureerd, niet om onszelf in de bloemetjes te zetten, maar om te bewijzen dat wij schatten van kinderen hebben: Beste begeleiders, Omdat jullie ons zo verwend hebben met het overheerlijke voedsel, de toffe activiteiten en de prachtige kamers, schrijven wij een bloedmooie brief! We hebben heel veel vrienden en vriendinnen bijgemaakt waarvoor we jullie natuurlijk ook heel dankbaar zijn. We maken hier heel veel plezier door jullie hier. Jullie zijn super. Omdat jullie ons altijd veel moed ingesproken hebben, dankjewel. We hebben veel bijgeleerd, we zouden dit elk jaar minstens 1 keer willen doen. Ook het skiën vonden we super! We zullen jarenlang hier een herinnering aan overhouden! Groetjes. Even laten we de kinderen horizontaal gaan liggen. Om half twee wagen we ons op glad ijs. We trekken richting Elbigenalp. De weg door het bos willen we vermijden. We maken een ommetje langs de openbare weg. Water stroomt over de straat. Grote plassen worden gevormd. Nog even en we gaan wandelen met zwemvliezen en snorkel. Koud is het niet. We lopen onder een nog wolkenloze hemel, maar vanuit de verte volgt vervaarlijk één wolkenband. Als dit maar goed komt. We halen weer ons muziekinstrument boven (de accordeon). Een eekhoorntje snelt over een omheining. Wat een evenwichtsgevoel hebben die diertjes toch. Aan de fischerstube schuift de groep weer in mekaar. Hier wordt forel gekweekt om enkele meters verder opgediend te worden in het restaurant. De school vissen is dit jaar niet zo groot, meen ik. Hoe meer we achterom kijken, hoe sneller we willen stappen. Maar… dat is gerekend zonder onze Huveneerkes achteraan. De weergoden zijn ons vandaag niet goed gezind. We lopen voorbij een stal waarin twee zwijnen razend zijn van honger, tenminste dat denk ik. Het kleinste van de twee begint enthousiast rond te toeren en komt vriendelijk goedendag zeggen aan de omheining. Dat is toch schattig. Dit circuszwijntje mag zeker op de foto. Zo hier en daar is de straat één grote plas. Het is een kunst om er rond te stappen zonder nat te worden. Over de nieuwe brug in Elbigenalp wachten de voorste gelederen op de rest van de groep. Dan is het nog wat gas geven om tijdig bij Alfred te geraken. We hebben er afgesproken om drie uur en we merken nu al dat het niet gaat lukken. De zoon van de eigenaar ‘Schwarzer Adler’ is met een groep onderweg, zien we. We steken een tandje bij. Alfred is helemaal niet boos. We zijn een beetje te laat. We zullen een sledetocht maken in vier verschillende groepen. Twee groepen laten we ter plaatse met juf Nicole en Leen. De mannen nemen de andere kinderen mee naar de kerk. Ook de knokenkelder wordt bezocht. Wie niet wil, hoeft niet te gaan kijken. Het regent nu en een wolkendek overspant Elbigenalp. We keren op onze stappen terug om de volgende twee groepen op te halen en onze groepen te overhandigen. Het doorschuifsysteem heeft gewerkt. Rond twintig vóór vijf is de familie weer voltallig. De kinderen krijgen een koek en we drinken iets bij Alfred. Meester Robert haast zich naar de bushalte om de uurregeling te lezen. Hij keert weer met goed nieuws. Om vijf voor half zes kunnen we de bus nemen. Wij zouden liever te voet terugkeren, maar niet als dit doorweekte kleren en mogelijk zieken kan opleveren. We nemen afscheid van Alfred. Op pad naar de hoofdweg, waggelen links van de rijbaan enkele eenden. Als we alles optellen, hebben we ondertussen gratis en voor niks een ganse zoo bezocht. We wachten en de gele bus stopt. Meester Robert vraagt of we als gasten gratis kunnen meerijden. De chauffeur stemt toe indien we rustig zijn. Dit zaakje is in orde. We stappen af in Bach, aan het pleintje. We zijn uiteraard een uur te vroeg thuis. We zijn de afspraak met de kookouders niet nagekomen. Maar… dit zijn begrijpend mensen en de koude schotel staat al klaar. Zij hebben weer hard hun best gedaan om iets moois te toveren. We laten hen rustig zelf eten. We zetten een lied in en brengen sfeer in ons groepje. Eén voor één schuiven we aan bij het buffet. Er wordt goed gegeten. Na het avondmaal danken we de kookouders met een lied. Zij waarderen dit enorm. Ook zij houden van onze kinderen, geloof me. Ze houden van de kinderstemmen. En dan… is het vrij podium. Onze kinderen hebben dit heel leuk in mekaar gestoken. Onze beelden zullen dit achteraf hopelijk duidelijk maken. Een gedicht dat ten berde wordt gebracht, willen we jullie niet onthouden. Het gedicht werd geschreven door Sara, Luna en Cheryl: De reis naar hier was niet altijd plezier. De pauzes waren ok, de toiletten vielen mee. Eenmaal aangekomen, iets gegeten; deze dag zullen we nooit vergeten. Naar Elbigenalp voor de eerste skiles. Na de skiles, verlangd naar een waterfles. Derde dag sleeën en zakglijden, keitof, alle beide. We hebben in zetelliftjes gezeten. Het was veel stappen, dat mag je weten. Naar boven met de tractor, een lange enge tocht, naar beneden. Met de slee uit de bocht. In plaats van te gaan vissen, zijn we even gaan kwissen. Juf Nicole is de dj met dienst en geeft zichzelf volledig. Onze jeugd ook. Ook nu davert Trudo weer. Om kwart over negen sluiten we de deuren. Om half tien valt het gordijn. De lichten worden gedoofd. Trudo heeft de rust herwonnen.
Goedemorgen allemaal. Hier zijn we weer. Het is weekend. We slapen een halfuurtje langer. Niet iedereen heeft het zo begrepen. Enkele wakkere Huveneerkes draven al rond in hun kamer. Toch blijft het vrij stil in Trudo. Om halfnegen is de familie voltallig. Onmiddellijk na het ontbijt springen we in de skikleren en Geert brengt ons naar de skipiste. Het zonnetje schijnt en er is nagenoeg geen wind. De rivier Lech is nog steeds bevroren. Smeltwater zoekt een uitweg. De lucht kleurt helemaal blauw. Het is een prachtdag. De skipiste ligt er ijzig bij. Het wordt opletten. Toch hebben onze vijftig kinderen ondertussen al ervaring genoeg om zich staande te houden. Uiteraard wordt hier en daar wel gevallen. Alle skiliften worden gebruikt. Meer nog, de skipiste is bijna voor ons alleen. Het maakt onze taak alleen maar gemakkelijker. Elke skiër is er eentje van ons. Het gaat erg goed. Iedereen skiet, maakt bochten en kan stoppen. Jassen vliegen stilaan tegen de grond. Het wordt erg warm. Dit is leven als God in Tirol. We horen een enkel jammerklachtje. Verder is er geen vuiltje aan de lucht. Veel stilstaan is er vandaag niet bij. Er wordt goed geoefend. Dat merk je. Techniek kan alleen maar verbeterd worden en dat gebeurt ook. Ondertussen wordt de omgeving, badend in de zon, alsmaar prachtiger en indrukwekkender. Wij leren Vlamingen kennen uit de buurt van Aalst. Ook zij vinden het tof om een praatje te slaan met ons. Vlaanderen stuurt weer zijn toeristen uit. Om twaalf uur stoppen de groepen met skiën. De monitoren zijn vol lof. Wij krijgen de diploma’s voor de skiwedstrijd. Daarop moeten we de namen van onze kinderen al schrijven voor de eindtest van dinsdag. De schreeuw om drank is groot. We haasten ons naar huis. We gaan onmiddellijk aan tafel voor: minestronesoep, rijst met kippenfricassee, fruitcocktail. Eén uurtje platte rust is nodig. Het is hier bijna muisstil. Vermoeidheid wordt merkbaar: hoofdpijn, buikkramp. Maar die kwaaltjes verdwijnen sneller dan ze gekomen zijn. Met onze gezondheid is het opperbest. We hebben niet één zieke. Tof, hé. Niemand wil hier voorlopig naar huis. Benen worden ingesmeerd, gemasseerd en dan maar hopen dat de moed niet in de schoenen zinkt. We hebben gewaarschuwd, het wordt een klimtocht van ongeveer drie kwartier. Het vertreksein wordt gegeven om half drie. In geen tijd hebben we in de volksmond ‘een trekzak’, een harmonica. De koppensnellers moeten we afremmen en de speelvogels achteraan een verbaal duwtje. Zo komen we aan de voet van de klim. Op het grasland aan de overkant landt een parachute met een mannetje aan. We zetten ons in de kleinste versnelling. Het gaat onmiddellijk steil bergop. Er is een tweede moeilijkheidsgraad. Door de regen van voorbij dagen ligt het pad er erg glad bij. We spelen de processie van Echternach, maar dan in overdrive. Bij elke twee passen die je doet, schuif je er een tiental terug. Een recordtijd gaan we dit jaar niet vestigen. Onze meisjes en jongens zien wel de humor van de situatie in. Het is lachen en gieren. Hier en daar ligt een hoopje Huveneerkes in het midden van de weg. We vinden een zwart gat in ons rescue-team. Een interne takeldienst hebben we nog niet. Ons filmteam is voorop gegaan om ons op te wachten met hun lens. Het is opvallend hoe in de bocht waar juf Nicole filmt, heel wat sneeuweneerkes tegen de grond gaan. Vanaf deze plaats wordt de kwaliteit van de ondergrond beter. De ijsstroken hebben we gehad. We slepen ons voort. Af en toe leggen onze sneeuweneerkes zich in de kant. Na elke bocht volgt een andere, in totaal ongeveer 32. Boven bereiken we de berghut ‘Wase’. Ook hier nemen we traditioneel de groepsfoto. We stellen vast dat onze klimmertjes het nog heel goed gedaan hebben, ongeveer 1 uur en onder moeilijke omstandigheden. Het zweet loopt van onze rug. Binnen laten we ons opdrogen. Een drankje kan er af. De afdaling vatten we aan zoals de klim, in harmonicastijl. Gelukkig zijn we met genoeg begeleiders. We splitsen ons op. Beneden wachten we elkaar op. In groep wandelen we via het dorpsplein naar het heem. Even nemen we de tijd om iets drogers aan te trekken en we kunnen aan tafel. De kookouders brengen een brood(je) met hamburger. Dat lusten onze kinderen allemaal. Om zeven uur worden de kinderen in groepen verdeeld en gaat de Trudoquiz van start. De uitslag is een gedeelde eerste plaats. Nog een kwartiertje krijgen de kinderen de tijd om een spel te spelen. Dan is het slaaptijd. Om kwart voor tien is het stil in huis. Wij selecteren nog foto’s om door te sturen en kunnen dit verslag schrijven. Het is weer middernacht. Gelukkig slapen we morgen tot half acht. Slaap zacht en tot morgen. Goedemorgen, beste lezers. We zijn weer klaar voor een nieuwe sneeuwklasdag. Onze buurjongens zijn stilletjes. Vermoeidheid is al voelbaar. Toch zijn enkelen wakker, maar respecteren de ochtendrust. We schuiven het gordijntje open. Neen, dit kan niet waar zijn. Het regent fel daarbuiten. Bach is een en al mistbank. We kunnen de laaghangende wolken bijna aanraken. Het is acht uur en de ganse Huveneersfamilie zit aan tafel. Na het ochtendgebed laten we Trudo op zijn grondvesten daveren. Fien is jarig vandaag en we feliciteren haar met een lied. Fien glundert. Naar deze dag verlangde ze al een tijdje. Gisteravond hebben we, samen met enkele vriendinnetjes van Fien, vlaggetjes opgehangen en haar stoel versierd. Een cadeautje staat al klaar. Wij besluiten niet naar buiten te gaan. Het is te nat. Dameskapsalon ‘Leen’ opent de deuren. Al vier klanten laten hun haar onder handen nemen. Zij betalen met één enkele brede glimlach. Meer verlangt men hier niet. We werken onze taal nog wat bij. Anderen kiezen voor wiskunde of Frans. Terwijl is de regen overgegaan in lichte sneeuw. Leen en juf Nicole shoppen. De frisdrank voor onze kindjes is op. De hoogste tijd om voorraad in te slaan. De JEKA-medewerker komt langs. We kunnen weer 2 verslagen en foto’s meegeven op een stick. Het virusje hebben we ondertussen opgespoord en vernietigd. Om halfelf is het over. De zon schijnt zelfs. We maken een tocht naar o.a. de kerk. We nemen een andere weg. De weg door het bos is te zwaar gehavend volgens Juf Nicole. We volgen de gewone openbare weg. Een buschauffeur stopt om de ganse groep veilig aan het zebrapad de straat te laten oversteken. We stappen de kerk binnen om een woordje uitleg te geven. Buiten verzamelen we de groep voor een foto. Het is kwart voor twaalf. Plaatselijke scholiertjes lopen ons met hun boekentas voorbij. Hun schooldag zit erop. De onze nog lang niet. Om twaalf uur zijn we terug voor het middagmaal: spinaziepuree, braadworst en ananas. De eigenaar van Trudo brengt de post. Onze jongeren hebben weer lectuur. Om twintig over één staan we weer klaar in ski-uitrusting. Aan de piste valt lichte regenval. Toni Knittel vertelt ons dat vanavond sneeuw zal vallen en morgen gaan we de Tirolerzon zien. Gisteren had hij ook gelijk. Dus… ook nu zijn we hoopvol. De sneeuw ligt er wat platjes bij. Dat geeft onze sneeuweneerkes meer vertrouwen. Remmen en bochtjes nemen lukt vrij aardig. Onze skiërs maken vandaag goede vorderingen. Zij die een beetje onzeker waren, halen nu opgelucht adem. Er wordt gelachen en genoten. Onze kroost straalt. En… had ik al verteld dat wij de enige sneeuwklasgroep op de piste zijn? Ruimte zat dus, laat je maar glijden. Het is wisselvallig. Soms regent het zachtjes, dan schijnt de zon weer prachtig. Twee Huveneerkes planten hun ski’s in de sneeuw. Zij zijn gevallen en houden het even voor bekeken. Maar niets ernstigs hoor. Ons rescue-team ‘Troost en clowneske prietpraatjes’ schieten weer in actie. Twee cola’s worden aangereikt en gekheden worden verteld. In een mum van tijd stralen zij weer en gaan lekker mee in onze gekke verhalen. Om vier uur strijken de groepen neer. Skilatten worden geteld en opgeborgen. Jarige Fien heeft al een prachtige dag gehad. Dat geldt ook voor de 54 andere sneeuweneerkes. Het is een lust om met deze kinderen te mogen werken. Zij krijgen van ons een erevermelding. We zijn gerustgesteld voor de komende skidagen. Terwijl we huiswaarts toeren, vult de lucht zich met één dikke, grijze wolkenmassa. Wij noemen dat simpelweg ‘mist’. We geloven dat er nog sneeuw in de lucht hangt. We drinken onze chocomelk op en Fien tovert een verrassing uit haar mouw voor de ganse groep. We kunnen weer smullen. De werkboekjes worden aangevuld. Om kwart voor zes zitten we klaar voor de Italiaanse avond: spaghetti bolognaise. We spelen nog een spelletje vooraleer we naar Holzgau vertrekken voor het ‘rodelen’. Per spel groeien de groepen steeds aan. Daarmee bedoel ik: waren er aanvankelijk 10 groepjes van 5, dan zien we nu 5 groepen van 10. Dat is leuk. Het klikt dus helemaal. Ondertussen weet men daarbuiten niet wat men wil. Fijne regen en fijne sneeuw wisselen elkaar af. Ondertussen bereiken ons ook de standen in het voetbal: Anderlecht, Standard, Club Brugge. Voor de juistheid van de uitslagen zijn de kookouders verantwoordelijk: Jan (ex-regent wiskunde), Rita (ex-kleuterleerkracht), Marc (ex-bankbediende) en Katrien (ex-verpleegster). Deze cijfers zorgen voor animo. Kelen worden geschraapt, liederen weerklinken. Hier zijn voetbalsupporters bij. We verkleden ons in Michelinmannetjes. Alles wat we bij hebben, trekken we aan. We noteren 3 graden Celsius. Flauwe vlokjes dwarrelen neer. Geert brengt ons naar de kerk in Holzgau. Op het pleintje voor het gemeentehuis staat een sneeuwpop van zeker 6 m hoog. Hier moeten we wel een groepsfoto nemen. In twee rijtjes komen we op de skipiste. Een school uit Zemst is nog aan het rodelen en we moeten wel drie kwartier wachten. De organisator van het rodelen vertelt ons dat die groep te laat aankwam. Vermits wachten lang kan duren, rollebollen onze jeugdigen in de sneeuw. Vlokjes blijven neerdwarrelen. Twee jongeren gooien sneeuwballen (eigenlijk ijsballen) vanuit een hoger gelegen plaats. Een sneeuweneerke wordt geraakt. Dit veroorzaakt traantjes. Ernstig was het wel niet. Toch neem ik een omweg, samen met een Duitse heer, om het tweetal duidelijk te maken dat ze een gevaarlijk spel spelen. Juf Nicole en Leen zie ik langs de andere kant naderen. De twee zijn wel wat laf en kiezen het hazenpad. Dan is het onze beurt om te rodelen. Met een tractor worden we naar boven gesleept. En dan kunnen we per twee naar beneden racen. De sneeuw is duidelijk wat gesmolten en dat remt je vaart. Juf Nicole, meester Dirk en Leen nemen foto’s en filmen. Meester Robert en ik doen liever mee met onze kindjes. Gelukkig loopt alles weer goed af. Onze kindjes vinden rodelen reuze! Dat kon je trouwens horen aan hun kreten. Jarige Fien (en wij) vonden de voorbije dag zeker geslaagd. Wanneer we thuis komen, kruipen onze kinderen onder de wol. Het is iets over tien uur. Nu is het weer over twaalven. Morgen slapen we een half uur langer, het is weekend. Aan jullie, beste lezers, wensen we een goede nachtrust toe. Aan onszelf ook. Tot morgen.
Donderdag, 25 februari
2010 Zo stilaan herleeft huis Trudo. We vinden de voltallige familie terug aan tafel. Het is dan acht uur. Na het ontbijt halen we de werkboekjes uit de houten rekken die we hier aangetroffen hebben. Veel werktijd krijgen we niet, want een kuisploeg van JEKA komt langs. In recordtempo worden per kamer alle koffers op de bedden geplaatst en papiertjes, lege flesjes in de vuilnisemmers gedropt. Om die mensen niet voor de voeten te lopen, sporen we de kinderen aan om hun skikledij aan te trekken. Rond halftien rijden we naar Elbigenalp. Vandaag vinden we gelukkig alle latten terug. Zo staan we zeker tijdig in rijtjes te wachten op de monitoren. Vandaag zijn het weer andere monitoren. Dat vinden we wat raar. Monitrice Alex heeft vandaag b.v. administratief werk gekregen. Toch maken onze skiërs geen enkel probleem. Het is stralend weer. Monitor Harald laat de kinderen van zijn groep hun jassen uittrekken. Je kan inderdaad in een T-shirt lopen. Te warm gekleed zijn, kan ook ongemakken veroorzaken. Alle groepen gebruiken vandaag de liften. Er wordt enkel geoefend op bochten maken en stoppen. Er wordt wel gevallen, maar we hebben dappere kinderen. Niemand geeft op. En zo kunnen we schouderklopjes geven. Het is ook fijn dat onze kinderen elkaar helpen. Net door die goede sfeer zie je echt vorderingen. Aan het eind van de les zitten de basisvaardigheden er goed in. Ondertussen komt de vertegenwoordiger van JEKA ons goedendag zeggen, samen met de verpleegster. Gelukkig moeten we op haar geen beroep doen. We hebben namelijk Leen mee, maar we hebben gelukkig ook geen zieken. Hoe zou het kunnen met dit weer? De verantwoordelijke heeft onze stick mee, waarop de eerste foto’s en het eerste verslag staan. Volgens Michel, hoofdverantwoordelijke van JEKA, hebben we ook virussen meegegeven en zou hij niets doorgestuurd hebben. Dat nieuws horen we helemaal niet graag. Met een bang hartje geef ik dan onze tweede stick af. Het is twaalf uur en het skiën zit erop. Monitor Harald komt aangeskied met één groot pak jassen. Even later stoppen de eigenaars ervan vlak voor onze neus. De latten worden achtergelaten en we willen zo snel mogelijk aan tafel. Vandaag serveren we champignonsoep, frietjes met stoofvlees, appelmoes en een stuk fruit. Tijd voor rusten is er niet. We kruipen in onze gewone kleren en trekken de stapschoenen aan. Vandaag klimmen we te voet van 1060 m naar 1200 m. Meester Robert neemt zijn ski’s op de schouder en zoekt naar de bushalte met bestemming Jöchelspitze. Al snel neemt een chauffeur met lichte bestelwagen hem mee. Wij stappen verder naar de kerk en via een wegje door het bos naar de kronkelige baan (stijgingspercentage 12%) die stopt aan de Jöchelspitze. We hebben flinke stappers. We doen nog geen uur over de tocht. Aan de skilift van de Jöchelspitze klinkt in een stube zeer luide muziek. Ambiance is hier verzekerd. Zelfs de barhouder danst op de tafel. Daar wacht meester Robert ons op. De ganse groep wordt met de zetellift naar een hoogte van 1800 m gebracht. Met dit zonnig weer is het gewoon zalig vertoeven. Achter ons horen we de kinderen giechelen, roepen. Beneden ons skiën fanaten van deze wintersport. En het zijn niet enkel Tirolermensen. We horen vooral Nederlanders praten. Per twee springen onze kinderen uit hun luie zetel. We zijn boven en genieten van de zonnestralen op onze snoet. Het dorp Bach ligt aan onze voeten. Vanop deze hoogte zien we de loop van de Lech en de hoger gelegen dorpjes. Een prachtig panorama. We twijfelen nog even om hier iets te drinken. Het is al twintig over drie en om vier uur is de laatste ‘Talfahrt’. De eigenaar van de drankgelegenheid verzekert ons dat een snelle bediening wel lukt. Ja, dat zal wel. Waarschijnlijk heeft die kerel van de ganse dag nog geen 55 klanten gehad en nu krijgt hij onze groep over de vloer. Na al die jaren sneeuwklassen kent de eigenaar ons uiteraard al. Hij praat al bijna onberispelijk Nederlands met ons. Hij verdwijnt en even later weerklinkt Nederlandstalige muziek met voldoende decibels. Onze kinderen zingen luidkeels mee en dat maakt van hem een tevreden man. ‘Tocht door het donker’ krijgen we op het trommelvlies en zelfs dat lief klein konijntje zit nog met een vliegje op de neus. We kijken voortdurend op de klok. We haasten ons nog naar het toilet en dan naar de liftjes om terug af te dalen naar 1200 m. Meester Robert skiet naar beneden. Af en toe stopt hij even om even naar ons te wuiven. Wij doen uit de hoogte hetzelfde. Eén ding is zeker, hij zal het eerst beneden zijn. Even hangt de lift stil. Zijn ze vergeten dat wij nog ergens tussen top en voet bengelen? Is dit een Tirolertest? Voor een grap zitten die Tirolerkerels immers niet verlegen. Langzaam komt de lift in beweging. We staan weer op begane grond. Met de groep wandelen we langs een bosweg terug naar het dorp Bach. Eerst ontmoeten we een groep Nederlanders. Even later staan we op een sneeuwbalworp van een gems. Ondanks ons lawaai poseert het dier gewillig en stoort zich niet aan de Huveneerkes. Nog later bemerken we een tweede exemplaar. Een groepje Huveneerkes kijkt verwonderd toe. Een dier in de vrije natuur is toch nog iets anders dan in de zoo. We dalen verder af langs de kerk, over de brug, naar ons heem. De chocomelk, voorzien om vijf uur, wordt er eentje van twintig voor zes. Om halfzeven zijn we klaar voor het avondmaal. Een hotdogworstje gewikkeld in een plakje spek ligt roerloos tussen een broodje. De kookouders spuiten daar nog wat mayonaise en ketchup op en we kunnen aanvallen. Dan rukt ons rescue-team ‘De Troost’ uit. Er zijn heimwee-aanvalletjes met traantjes gesignaleerd. De reden? Wel, er is een pak brieven van het thuisfront geleverd en die werden natuurlijk onmiddellijk gelezen. Dan worden onze kindjes weer even uit ons fantastisch verhaal gehaald en worden ze geconfronteerd met hun dierbaren. Dat weekt iets los, geloof me. Toch slaagt ons rescue-team erin een lach te toveren op die kindergezichtjes. Geen reden tot paniek! Dat is niet meer dan normaal. Het warm water uit de douchekranen montert ons op. We spelen nog een spel en maken een tekening over de sneeuwklassen. Dit was weer een fantastisch mooie dag. Om halftien trekken we weer naar dromenland. Geert, de chauffeur, vergezelt ons nog. Hij vertelt dat het momenteel 5° C is. Dat is niet zo fraai. Maar goed, we maken ons nog geen zorgen. Ook vertelt hij dat we kunnen afspreken om hoe laat we volgende week dinsdag hier kunnen vertrekken. Immers hij brengt ons terug naar huis. Het zou wel eens vroeg kunnen worden, maar we laten nog iets weten. Het is nu bijna één uur en dus de hoogste tijd om in ons bedje te kruipen. Welterusten en tot morgen. Het is bijna zeven uur. Ik ben er in geslaagd mijn wekker te vlug af te zijn. Toch laat ik de eer aan mijn directeur om mijn wekker het zwijgen op te leggen. Een wasbeurt kikkert ons helemaal op. De kindjes worden gewekt. Buiten is het aangenaam wat temperatuur betreft. Een blauwe hemel met enkele schapenwolkjes maakt Bach weer zo schilderachtig mooi. Buiten zingen de Tirolervogeltjes hun ochtendliederen uit volle borst. De Schnapsvink en Apfelstrudlmus gaan in duel met de Zachertortekraai. Samen wordt het één symfonisch orkest. Wanneer ik de refter binnenkom probeert aan onze tafel ook de meester Dirkdistelvink zijn mooiste lied: ‘Zet de wereld op zijn kop, draai maar heel vlug aan de knop, hier komt ons programma, tip top, tiptiptop’. Geef toe, aan de tafel van de begeleiders krijg je animatie van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Maar toch… soms word je liever rustig wakker. De familie Huveneers is weer voltallig. Dat is het sein om naar het midden van de refter te snellen. Twee klappen in de hand en dan steken we rechter- of linkerarm in de lucht. Dan wordt het muisstil en kunnen we aan het ochtendgebed beginnen. Ook de meester Dirkdistelvink wordt zo het zwijgen opgelegd. De kamers kunnen even onder handen genomen worden. Hier en daar heeft een windje gewaaid en kledingstukken in het rond gegooid. Dan duiken we met de neus in de werkboekjes. IJverig wordt gewerkt aan het dagboek, wiskunde- oefeningen, taalspelletjes,… We besluiten toch de sleetjes en plastieken zakken boven te halen. Het zonnetje schijnt, het is niet koud en nu ligt er nog sneeuw. We moeten niet wachten tot die sneeuw smelt. Om halfelf kan de sneeuwpret beginnen. We hebben enkele mooie hellingen gevonden. Dit weer is ideaal om plaatjes te schieten. Heel nabij zien we onze gasten van gisteren terug, de twee paarden en de ezel. Deze keer zijn ze niet ontsnapt. Even later zadelt de eigenares een paard en maakt een ritje. De ezel volgt gedwee. Wij blijven kuren uithalen en genieten van zon en sneeuw. Rond kwart voor twaalf keren we huiswaarts want we hebben afgesproken om klokslag twaalf uur. En kookvader Marc vindt:’Een afspraak is een afspraak.’ En gelijk heeft hij. Als middagmaal krijgen we geserveerd: preisoep, gekookte aardappelen, wortelen en erwten met daarbij boomstammetjes, een stuk fruit. Meester Robert beweert dat wijzelf die boomstammetjes gezaagd hebben vorige nacht. We kunnen nog even rusten en dan vervolgen wij met de tweede skiles. Het is goddelijk buiten. De zon schijnt en geeft warmte. Het is droog en bijna geen wind. Dit kan niet meer stuk toch? Toch wel… er ontbreken 3 paar ski’s. Wij hebben een déjà vu. Vorig jaar hadden we ook regelmatig te maken met dit soort ongemakken. Ook de Tirolerarbeiders in de skihut vinden dit niet leuk. Maar wij ook niet! Een kleine discussie volgt, maar is al even snel vergeten. Wij tellen wel degelijk elke dag de verzamelde ski’s en bijhorende stokken. Maar goed, hier valt alles in de juiste plooi. Onze sporters staan weer tijdig klaar en vertrekken met hun monitor om vooral bochten te leren nemen en te stoppen. Vertwijfeling slaat wel eens toe. Maar echt opgeven doen ze niet. De monitoren doen erg hun best om alle kinderen aan te moedigen en dat is fijn. Over hen hoor je niet klagen door onze kinderen. Wij nemen jassen aan en overbodige kledij. Het is erg warm, zeg maar zaaaaaaalig. Op enkele banken van het terrasje aan de skihut klinkt Nederlandstalig enthousiasme. We ontmoeten een groep mensen uit Bornem. Zo raak je weer in gesprek. Moe maar wel tevreden, leveren onze sneeuweneerkes hun ski’s in. Wij nemen ze aan en geven ze een plaatsje. Deze keer tellen we en controleren we grondig het aantal. We wensen onze dorpsgenoten nog een fijn verblijf toe en slenteren naar de parking waar chauffeur Geert ons opwacht. Onze kroost smeekt om drinken. Dat kunnen we begrijpen. Het is nog geen tien minuten rijden en we slurpen al van de warme chocomelk. Nog een koekje er bij en dan kunnen we verder kaarten schrijven en brieven. Ook wordt er voortgewerkt aan de oefeningen van wiskunde, Nederlands, Frans. Om halfzeven gaan we aan tafel. Verplicht of vrijwillig douchen moet of kan, zowel voor de jongens als voor de meisjes. Anderen spelen een spel. Het is nu al lang duidelijk. We spreken niet meer over 6de leerjaar Hingene of Wintam, we zijn ondertussen 1 grote familie en we hebben fijne kinderen. Tof. Om negen uur worden de kinderen verwezen naar de slaapkamers. Om halftien gaat het licht uit. Af en toe leggen we ons oor eens te luisteren aan de slaapkamerdeuren. Muisstil durven we het niet noemen. Nu kunnen onze sloebers wel fluisteren. Zo besluiten we een fijne dag. Geert, de chauffeur, komt straks nog een glaasje drinken en gaan we nog wat bijpraten. Het is ook dringend om ons verslag te typen en foto’s op de laptop te plaatsen. Welterusten en graag tot morgen!
Het is halfzeven. Dat praktisch onding, wekker genoemd, begint van jetje te geven. Meester Dirk neemt in onze kamer zijn verantwoordelijkheid, springt tussen de lakens uit en drukt de wekker de kop in. Met toiletzak in de hand haast hij zich naar de douches op de kelderverdieping, twee etages lager. Meester Robert en ikzelf volgen zijn voorbeeld. Hebben wij een keuze? Ook juf Nicole en Leen zijn al te been. De Sneeuweneerkes houden zich rustig. Om kwart over zeven wekken we de meisjes en jongens die nog niet wakker zijn. Een half uurtje later schuiven we de beentjes onder tafel. Buiten groeten wij onze Tirolerbuurtjes die met de boekentas naar school gaan. Heel vriendelijk krijgen we een goedendag terug. In onze voortuin zie ik Knabbeltje, mijn eekhoornvriendje, terug. Babbel is er niet bij. Na het ochtendgebed en ontbijt staan we klaar om naar Elbigenalp te vertrekken. Het is voor sommigen even zoeken naar skipak, skibril of zonnebril, skikousen, handschoenen,… Onze buschauffeur, Geert, blijft de ganse periode voor ons rijden. Hij verblijft wel in een ander huis, maar zijn autocar blijft voor de deur staan. Voor het eerst krijgen we de skipiste te zien. Het is dan twintig voor negen. De meesten zien het helemaal zitten, enkelen slikken even en vinden dat de helling waarvoor ze staan, vrij steil is. De eersten duiken de kelder in van de skihut om het materiaal aan te passen. De overigen blijven buiten en wachten hun beurt af. We waarschuwen hen om niet met sneeuwballen op de daken te gooien. Onder de laag sneeuw zitten immers zonnepanelen en die willen we zeker niet beschadigen. Het is bijna tien uur en de monitoren verschijnen op het toneel. Op dat ogenblik zijn nog niet alle kinderen voorzien van skimateriaal. Het wordt even wachten dus. Kinderen die al kunnen skiën, vormen een groep o.l.v. Ignaz. Al snel verdwijnen zij uit ons gezichtsveld en gaan hogerop. De anderen worden in drie groepen verdeeld en maken hun eerste stapjes op de latten. Nu moet je even op de tanden bijten, want het leukste is natuurlijk ‘glijden’. Zij moeten eerst leren stappen met skilatten aan. Wij volgen hen met fototoestel en camera. Zo zullen ze later hun vorderingen met eigen ogen kunnen zien? Het doet ons deugd om te zien hoe onze kinderen elkaar steunen, helpen en plezier hebben. Twee uurtjes later strijken onze helden neer. Het is tijd om de latten op te bergen en de nodige rust te gunnen. Wij nemen ze aan en leggen ze op de voorziene plaats. De skischoenen dragen we mee naar de bus. Zij worden in de bagageruimte opgeborgen, luiken worden gesloten en we keren terug naar Bach. Na nog geen 10 minuten zijn we aan het heem en kunnen we onmiddellijk aan tafel. De kookouders hebben al voor het middagmaal gezorgd: aspergesoep (vers van ’t pakske), gekookte aardappelen, sla en tomaat, brochette en pudding. Honger is de beste saus, dat merken we wel. Er wordt goed gegeten. Aan elke tafel worden twee opruimers gekozen en zo zijn de tafels in een mum van tijd weer netjes. We gunnen wat rust. Het is duidelijk. Onze 50 sneeuweneerkes zijn in goede vorm. Misschien wel een klein spierpijntje of een kuit die wat moeilijk doet, maar niets noemenswaardig aan de hand. Buiten vallen enkele fijne regendruppels. Dit kan toch niet waar zijn! Gelukkig is dit maar een flauwe grap van de regenmaker. Juf Nicole wil ook de nattigheid even gewaarworden en opent de buitendeur op de eerste verdieping. En nattigheid voelt ze wel degelijk. Zij staat bijna oog in oog met een ezel en blijkt dat hij nog 2 galopperende paarden heeft meegebracht. Oogcontact volstaat voor juf Nicole, een woordje wil ze niet wisselen. Zo snel heeft ze nog geen deur gesloten. Van achter het venster ziet ze dat de confrontatie wel degelijk echt was. Die dieren moeten eerst uit onze tuin en terug naar huis vooraleer we met de kinderen naar buiten trekken. Dat is juf Nicoles mening. En gelijk heeft ze. We maken onze rondgang met de vraag hoeveel kaartjes en postzegels we moeten aankopen. We verzamelen de troepen. Paarden en ezel zijn nergens meer te bespeuren. Bach krijgt een wolkendeken over zich. We trekken ons op gang, door het bosje, over de brug naar het dorpsplein. Daar worden groepen gevormd om het dorp te verkennen door middel van een zoektocht. Sommigen werken goed samen, anderen hebben blijkbaar een werkpaard gevonden terwijl de rest de kwaliteit van de sneeuw onderzoekt. Die laatsten zijn al snel herkenbaar aan doorweekte schoenen en broek. We ontmoeten Leon en zijn echtgenote. Zij hebben de eer gehad zo’n vier jaar geleden voor ons te koken. Ze kennen ons nog. We keren terug voor warme chocomelk met een koek. De juiste antwoorden worden gegeven. Kaartjes voor het thuisfront kunnen geschreven worden. Om halfzeven versterken we ons met spek en eieren. We besluiten de avond met tekenen, schilderen of we spelen een gezelschapsspel. Ondertussen begeleiden juf Nicole en Leen het douchen. Zo kunnen alle kinderen fris in hun bed. Om negen uur kruipen de kinderen onder wol. Om halftien gaat het licht uit. Het is vrij snel stil. Wij nemen de tijd om ons eerste verslag op de laptop te schrijven en foto’s in mappen te steken. Jullie, lezers, krijgen er voorlopig maar weinig te zien. Wees gerust, we kijken niet op een fotootje, hoor. We hebben meester Dirk gebombardeerd tot chef ‘Bildermacher’. Ook Leen mag als freelance met toestel 2 haar ding doen. Zo werken zij apart, maar toch complementair. Dat is teamwork zeker? We wensen alle lezers een goede nachtrust en… graag tot morgen. ‡ De thuiskeuken is nog steeds de beste, maar klagen doen we niet! ‡ Onze kookouders komen uit de streek rond Brugge. We verstaan elkaar toch wel hoor en vooral omdat er een regent wiskunde bij is en een kleuterleerkracht. ‡ De sfeer is erg goed. De kinderen (en wij) amuseren zich (ons) enorm. ‡ ’s Nachts vriest het nog wel, maar overdag blijft de temperatuur boven nul graden Celsius. ‡ De rodelactiviteit zal dit jaar waarschijnlijk niet doorgaan. Het is te warm en dan durft sneeuw wel eens smelten.
Mijn autootje staat al geparkeerd voor de achterdeur, volgeladen met koffers en bagage. Ik laat me gewillig naar de parking van het grootwarenhuis van Hingene voeren. Het regent en naar mijn zin een beetje te hard. Heel wat ouders zijn al op de afgesproken plaats, samen met hun lievelingen uiteraard. Ietwat gedempt voeren zij gesprekken onder elkaar. Waarover zouden zij het hebben? Ik heb zo’n licht vermoeden. Het is nu enkel wachten op de bus. Ondertussen worden koffers kletsnat. Dan kan je alleen maar hopen dat de chauffeur goed op tijd komt. Pastoor Patrick mengt zich onder de groepjes ouders en kinderen die nu de parking van ‘De Spar’ zowat helemaal bezetten. Hij wenst de jeugdigen een fijne reis toe. Wij hebben ook zijn zegen om te vertrekken naar de sneeuw. Zelf zou ik nu het liefst een babbeltje hebben met alle ouders, tot plots mijn hartslag naar ergens 150 stijgt. Eén leerling in mijn collectie identiteitskaarten ontbreekt. Dankzij juf Christine kan ik mij naar huis spoeden. Zo is mijn collectie in geen tijd volledig. Terwijl ik tot rust kom, is de chauffeur van busmaatschappij ‘De Polder’ gearriveerd. Het is file aan de bagageruimte van de autocar, een splinternieuwe dubbeldek die plaats biedt aan 72 passagiers. Vermits wij maar met 55 meereizen, zal er voldoende plaats zijn om languit te gaan liggen. De bagageruimte is een ander paar mouwen. Nu stijgt de polsslag van de chauffeur. Hij heeft ons volume aan reiskoffers flink onderschat. Het is puzzeltijd. Het is stapelen en herstapelen, schikken en herschikken. Na een spoedvergadering met een geleding van begeleiders, chauffeur en meedenkende ouders wordt beslist toch de skibak achteraan te gebruiken. Driehoeksmeting, logica, algebra brengen geen oplossing. Mama Els kan ons mannengeklungel niet langer aan. Zij kruipt in de bagageruimte en gaat over tot actie. Mega Els keert alles ondersteboven en toont een staaltje van girlpower. Wij verbleken en steken een handje toe. Eindelijk zijn we reisvaardig. Onder begeleiding van co-piloot meester Dirk toeren we richting Wintam. Nog even wuiven we naar de achterblijvende supporters. En aan de kerk in Wintam wordt de bagagemiserie alleen maar erger. Nu is het echt zoeken naar hoeken en kanten om alles mee te krijgen. Een eureka weerklinkt als het laatste luik kan gesloten worden. We nemen onze plaatsen in. Juf Nicole en Leen omgeven door 40 leerlingen nemen de 1ste verdieping in. Op het gelijkvloers slaan de overige 10 Huveneerkes samen met het mannenvolkje hun tenten op. Nog nooit hadden we zo’n been- en zitruimte als dit jaar. We maken de eerste afspraken bekend via de micro. Het interieur van de autocar oogt prachtig. Regen kan ons nu niet meer deren. We ploffen ons in de zetels en spannen de gordels aan. Rond kwart voor acht gaat het richting A12 en via de Antwerpse Ring gaat het richting Aken. Daar stoppen we om kwart voor elf. Juf Nicole onderhandelt met de toiletdame over de lozingsprijs voor de ganse groep en komt tot een akkoord. Rond kwart over elf pakken we onze biezen. Een andere chauffeur, Geert, heeft plaatsgenomen achter het stuur van de autocar. Nog even tellen we onze jongeren. Dan kijken we nog even of we onszelf bij hebben en we geven het vertreksein. We rommelen tussen ons dvd-arsenaal en vinden er ‘Ice Age’ en ‘Convoy’. Die films gaan ons zeker enkele uren verder brengen. Hockenheim bereiken we om kwart voor twee. Het is zonnig en aangenaam warm. Een kleine colonne van de Duitse troepenmacht maakt indruk met hun 4x4-voertuigen. Zij zetten hun tocht verder. We spreken de knapzak aan en drinken een slokje. Onze kinderen bemerken een oudere man die naarstig vuilnisbakken onderzoekt op zoek naar eten. Even is er vertwijfeling of dit beeld een lachje oproept of eerder verbijstering. Onder het betonnen afdak staat 1 tafeltje. Een heer en dame luisteren naar onze verhalen. We slaan een praatje met hen. Zij blijken Michel, de verantwoordelijke van JEKA in Stanzach, te gaan aflossen. Na de sanitaire behoeften eten we nog onze boterhammetjes verder op. Enkele Huveneerkes proberen de speeltuigen uit. Hier ligt geen sneeuw meer en de ondergrond is een beetje slijkerig. Wij, begeleiders, kijken toe met onze camera in de aanslag. We leggen elkaar uit hoe fijn de reis verloopt op de boven- en benedenverdieping van de autocar. We zijn supercontente mensen. Om kwart over twee tuffen we verder. We kijken mekaar even vreemd aan als onze chauffeur, Geert, reeds om 4 uur aan de kant gaat. We stoppen aan de rustplaats Sindelfinger Wald. Hier stopten we nog nooit. Een beetje verontschuldigend vertelt Geert ons dat hij wettelijk verplicht een kwartier moet rusten. Zelf vindt hij dat vervelend. Het geeft ons wel de mogelijkheid om onze Huveneerkes even het toilet te laten opzoeken. Geert besluit dan, samen met ons, om de volgende etappe af te leggen tot in Stanzach, zonder tussenstop. Daar gaan we dan. Om halfacht bereiken we het hoofdkantoor van JEKA in Stanzach. De kinderen blijven in de bus, terwijl meester Robert en ikzelf ons aanmelden. Een kwartiertje later komen we in beweging en om kwart over acht bereiken we ‘Trudo’, ons heem in Bach. Onze kookouders staan in de deuropening om ons te verwelkomen. Dit klikt al, dat voelen we tot in onze kleinste teen. Kinderen en begeleiders slaan de handen in elkaar om alle reiskoffers binnen te dragen. De samenwerking verloopt vlekkeloos. Een soepje wordt opgediend. De kamers worden ingedeeld en per groepje kunnen de jongeren hun bagage kwijt en hun bed klaarmaken voor de eerste nacht. Het is halfelf en de kinderen kunnen gaan slapen. Wij bespreken onze eerste ervaringen met de groep en komen unaniem tot het besluit dat het een toffe groep zal zijn. Rond de klok van één wensen ook wij mekaar een goede nachtrust toe. Slaapwel, beste lezers.
|
|||